Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
- het bedrag van € 1.508,22, vanaf 1 oktober 2023;
- het bedrag van € 1.508,22, vanaf 1 november 2023;
- het bedrag van € 1.508,22, vanaf 1 december 2023;
Rechtbank Gelderland
De verhuurder heeft een kantoorruimte verhuurd aan de huurder met een huurovereenkomst die loopt tot 30 november 2026. De huurder heeft de overeenkomst per 30 september 2023 ontbonden wegens vermeende gebreken aan het binnenklimaat. De verhuurder betwist deze ontbinding en vordert betaling van achterstallige huur en schadevergoeding.
De rechtbank stelt vast dat de huurder onvoldoende heeft onderbouwd dat het binnenklimaat een tekortkoming van voldoende gewicht vormt om de overeenkomst buitengerechtelijk te ontbinden. Tevens is geen ingebrekestelling aan de verhuurder gestuurd, waardoor geen verzuim is ingetreden. De huurder was daarom niet bevoegd de overeenkomst te ontbinden.
De huurder is vanaf 1 oktober 2023 in verzuim door niet te betalen en moet de huur over oktober tot en met december 2023 betalen als schadevergoeding. Vanaf 1 januari 2024 is de huurder aansprakelijk voor de schade die ontstaat doordat de verhuurder een andere, kleinere unit verhuurt tegen een lagere huurprijs, tot uiterlijk 30 november 2026.
De verhuurder wordt veroordeeld tot betaling van de gevorderde bedragen en de huurder draagt de proceskosten. De vordering tot verklaring voor recht wordt afgewezen.
Uitkomst: De huurder was niet bevoegd tot ontbinding en is veroordeeld tot betaling van huur en schadevergoeding aan de verhuurder.