Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
En ik denk dat je de winter maar niet moet uitleveren.”,zoals geformuleerd in r.o. 2.3. [gedaagde] betwist dat hij op 2 februari 2023 een order heeft geplaatst. Voorafgaande aan het bezoek van [eiser] op 2 februari 2023 heeft hij aan [eiser] aangegeven te willen stoppen met de verkoop van de kledingstukken, omdat deze slecht verkochten, er problemen waren geweest met de levering en de kwaliteit van sommige kledingstukken ondermaats was. [eiser] wilde voorkomen dat [gedaagde] ging stoppen met de verkoop en daarom was voornoemd bezoek gepland. Er is wel (vrijblijvend) gesproken over een mogelijk bestelling, maar er is geen order geplaatst, aldus [gedaagde] .