Eiser, afkomstig uit Irak en sinds 1997 in Nederland, heeft meerdere keren een optieverklaring ingediend voor het verkrijgen van het Nederlanderschap. Zijn eerste verzoek in 2018 werd geweigerd wegens het ontbreken van een gelegaliseerde geboorteakte en geldig paspoort. In 2022 diende hij opnieuw een verzoek in en verwees daarbij naar het vrijstellingsbeleid dat sinds 2021 geldt voor personen met een Ranov-vergunning, die worden vrijgesteld van het documentvereiste.
De burgemeester wees het verzoek af omdat eiser niet over een Ranov-vergunning beschikt en niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de gevraagde documenten niet kan overleggen. De rechtbank oordeelt dat de burgemeester onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het vrijstellingsbeleid niet analoog op eiser wordt toegepast, terwijl diens situatie niet wezenlijk verschilt van die van Ranov-vergunninghouders.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens een motiveringsgebrek en beveelt de burgemeester binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de rechtbank de burgemeester tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.