ECLI:NL:RBGEL:2024:2944

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
16 mei 2024
Publicatiedatum
17 mei 2024
Zaaknummer
C/05/435966 / KG RK 24-416
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verschoning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verschoningsverzoek rechter wegens eerdere patroonrelatie met advocaat

In deze zaak heeft een rechter van de rechtbank Gelderland een verzoek tot verschoning ingediend omdat zij tot 1 juni 2023 patroon was van de advocaat die namens een partij tijdens de mondelinge behandeling het woord zal voeren. De rechter wilde daarmee voorkomen dat de schijn van partijdigheid zou ontstaan.

De verschoningskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de subjectieve en objectieve toets. Hoewel de rechter zelf niet meende onpartijdig te zijn, kan de eerdere patroonrelatie de schijn van partijdigheid wekken. De kamer achtte deze schijn reden genoeg om het verzoek toe te wijzen.

De beslissing houdt in dat een andere rechter zal worden aangewezen om de zaak te behandelen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. De uitspraak is gedaan door de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank Gelderland op 16 mei 2024.

Uitkomst: Het verschoningsverzoek van de rechter is toegewezen vanwege de schijn van partijdigheid door eerdere patroonrelatie met de advocaat.

Uitspraak

beslissing
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
Verschoningskamer
Zaaknummer: C/05/435966 / KG RK 24-416
Beslissing van 16 mei 2024
van de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank op het verzoek van
mr. W.E. van Spanje,
rechter in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechter
in haar hoedanigheid van rechter in opleiding in de (verzet)zaak met zaaknummer C/05/426120 / HZ ZA 23-315 tussen [belanghebbende 1] en Achmea Schadeverzekeringen N.V.

1.De procedure

De rechter heeft op 15 mei 2024 een verschoningsverzoek ingediend. Een afschrift van het verzoek zal tegelijk met het afschrift van deze beslissing aan de partijen worden verzonden.

2.Het verschoningsverzoek

De rechter heeft aan haar verschoningsverzoek het volgende ten grondslag gelegd. De rechtbank is namens [belanghebbende 1] geïnformeerd dat zijn advocaat (mr. S. Aarsman) op de mondelinge behandeling vergezeld zal worden door mr. M.M. Sevinga en dat mr. Sevinga het woord zal voeren. Omdat de rechter tot 1 juni 2023 werkzaam was bij het kantoor van mr. Sevinga (Van Doorne) en patroon was van mr. Sevinga, wil de rechter voorkomen dat de vrees wordt gewekt dat sprake is van partijdigheid en verzoekt de rechter om verschoning.

3.De beoordeling

3.1.
Op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, kan elk van de rechters die een zaak behandelen verzoeken zich te mogen verschonen.
3.2.
Bij de beoordeling van een verschoningsverzoek dient uitgangspunt te zijn dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert (de subjectieve toets). Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor verschoning, te weten als de bij een partij bestaande vrees voor onpartijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn. Het subjectieve oordeel van een partij is niet doorslaggevend. (de objectieve toets).
3.3.
De verschoningskamer stelt voorop dat de rechter niet heeft aangevoerd dat zij van oordeel is dat zij door de voor verschoning aangevoerde grond de zaak niet meer onpartijdig zou kunnen behandelen. De verschoningskamer ziet daar ook geen aanwijzingen voor.
3.4.
Het door de rechter aangevoerde feit dat zij patroon is geweest van de advocaat die namens een partij tijdens de zitting het woord zal voeren, kan de schijn van partijdigheid van de rechter in het leven roepen. De verschoningskamer ziet hierin, rekening houdend met de eerder genoemde uiterlijke schijn, een grond voor verschoning. Het verschoningsverzoek zal daarom worden toegewezen.

4.De beslissing

De verschoningskamer van de rechtbank wijst het verzoek tot verschoning van mr. W.E. van Spanje toe, en verstaat dat in de zaak een andere rechter zal worden aangewezen.
Deze beslissing is gegeven door mr. S.J. Peerdeman, voorzitter, mr. G. Edelenbos en mr. M.J.P. Heijmans, leden, in tegenwoordigheid van de griffier [griffier] en in openbaar uitgesproken op 16 mei 2024.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.