Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[handelsnaam gedaagde]
1.De procedure
- de dagvaarding;
- het tegen gedaagde verleende verstek.
2.De beoordeling
1.214,00(1,0 punt × tarief € 1.214,00)
Rechtbank Gelderland
In deze civiele procedure vordert eiser betaling van openstaande bedragen en rente van gedaagde. Gedaagde is niet verschenen, waarna verstek is verleend. De rechtbank beoordeelt de vorderingen en komt tot gedeeltelijke toewijzing van de rentevorderingen.
De rechtbank oordeelt dat de overeenkomst ontbonden wordt voor het deel dat niet is geleverd of niet deugdelijk is uitgevoerd. De gevorderde wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten wordt toegewezen vanaf de dagvaarding, maar niet voor een eerdere datum, omdat daarvoor geen schade is gesteld of gebleken.
De gevorderde wettelijke handelsrente over een bepaalde periode wordt afgewezen wegens het ontbreken van een handelsovereenkomst in de zin van artikel 6:119a BW, maar de rente op grond van artikel 6:119 BW Pro wordt wel toegewezen. Verder worden de gevorderde rente over rente en andere kosten afgewezen wegens gebrek aan grondslag.
Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van een hoofdsom van €86.716,60, incassokosten van €1.987,02, de wettelijke rente over deze bedragen, en proceskosten van €2.676,38. Tevens worden nakosten toegewezen onder voorwaarden. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank ontbindt de overeenkomst deels en veroordeelt gedaagde tot betaling van hoofdsom, incassokosten, rente en proceskosten.