ECLI:NL:RBGEL:2024:2946

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
15 mei 2024
Publicatiedatum
17 mei 2024
Zaaknummer
C/05/434675 / HA ZA 24-209
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding overeenkomst en gedeeltelijke toewijzing rentevorderingen in civiele procedure

In deze civiele procedure vordert eiser betaling van openstaande bedragen en rente van gedaagde. Gedaagde is niet verschenen, waarna verstek is verleend. De rechtbank beoordeelt de vorderingen en komt tot gedeeltelijke toewijzing van de rentevorderingen.

De rechtbank oordeelt dat de overeenkomst ontbonden wordt voor het deel dat niet is geleverd of niet deugdelijk is uitgevoerd. De gevorderde wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten wordt toegewezen vanaf de dagvaarding, maar niet voor een eerdere datum, omdat daarvoor geen schade is gesteld of gebleken.

De gevorderde wettelijke handelsrente over een bepaalde periode wordt afgewezen wegens het ontbreken van een handelsovereenkomst in de zin van artikel 6:119a BW, maar de rente op grond van artikel 6:119 BW Pro wordt wel toegewezen. Verder worden de gevorderde rente over rente en andere kosten afgewezen wegens gebrek aan grondslag.

Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van een hoofdsom van €86.716,60, incassokosten van €1.987,02, de wettelijke rente over deze bedragen, en proceskosten van €2.676,38. Tevens worden nakosten toegewezen onder voorwaarden. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank ontbindt de overeenkomst deels en veroordeelt gedaagde tot betaling van hoofdsom, incassokosten, rente en proceskosten.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/434675 / HA ZA 24-209
Vonnis van 15 mei 2024
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats] ,
eiser,
advocaat mr. E.T. van den Hout en mr. H.J. Steinvoort te Amsterdam,
tegen
[gedaagde],
handelend onder de naam
[handelsnaam gedaagde]
wonende en zaakdoende te [plaats] ,
gedaagde,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding;
  • het tegen gedaagde verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens voor zover hierna anders wordt overwogen. Het gevorderde zal als volgt worden toegewezen.
2.2.
De gevorderde wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten wordt toegewezen vanaf de datum van dagvaarding en afgewezen voor zover die rente vanaf een eerdere datum is gevorderd, omdat niet is gesteld of gebleken dat eiser deze schade per een eerdere datum heeft geleden.
2.3.
De gevorderde wettelijke handelsrente vanaf 3 september 2023 tot en met 28 februari 2024 is niet toewijsbaar, omdat niet gesteld of gebleken is dat sprake is van een handelsovereenkomst als bedoeld in artikel 6:119a BW. De gevorderde wettelijke rente over genoemde periode is op grond van artikel 6:119 BW Pro wel toewijsbaar.
2.4.
De gevorderde rente vanaf 28 februari 2024 over de rente tot 28 februari 2024 wordt afgewezen, omdat daar geen grondslag voor is gesteld of gebleken.
2.5.
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiser worden begroot op:
- dagvaarding € 137,38
- griffierecht € 1.325,00
- salaris advocaat €
1.214,00(1,0 punt × tarief € 1.214,00)
Totaal € 2.676,38.
2.6.
De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
ontbindt de overeenkomst voor het gedeelte van de overeenkomst dat niet is geleverd dan wel niet deugdelijk is uitgevoerd,
3.2.
veroordeelt gedaagde om aan eiser te betalen een bedrag van € 86.716,60, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag met ingang van 3 september 2023 tot de dag van volledige betaling,
3.3.
veroordeelt gedaagde om aan eiser te betalen een bedrag van € 1.987,02 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag met ingang van 8 april 2024 tot de dag van volledige betaling,
3.4.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiser tot op heden begroot op € 2.676,38,
3.5.
veroordeelt gedaagde in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 178,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 92,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,
3.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.F. van den Berg en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2024.