ECLI:NL:RBGEL:2024:2976
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit mensenhandel prostitutie
De rechtbank Gelderland heeft op 13 mei 2024 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Veroordeelde werd eerder veroordeeld tot 56 maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van mensenhandel. De officier van justitie vorderde ontneming van het voordeel dat veroordeelde en medeveroordeelden gezamenlijk hebben verkregen uit de prostitutieverdiensten van het slachtoffer over de periode van 31 mei 2015 tot en met 17 april 2017.
De rechtbank baseerde zich op een rapport van de politie Eenheid Oost-Nederland waarin het voordeel werd berekend op €232.001. Dit bedrag is vastgesteld door de totale inkomsten uit prostitutie van het slachtoffer te verminderen met kosten zoals hotelovernachtingen, vervoer, condooms, babydoekjes en beltegoed. De rechtbank achtte het aannemelijk dat veroordeelde dit voordeel wederrechtelijk heeft verkregen en legde de betalingsverplichting hoofdelijk op aan veroordeelde en medeveroordeelden.
Daarnaast bepaalde de rechtbank dat bij niet-nakoming van de betalingsverplichting gijzeling kan worden toegepast voor maximaal 1080 dagen. De verdediging had verzocht de vordering af te wijzen vanwege de bepleite vrijspraak in de hoofdzaak, maar dit werd niet gevolgd. De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt veroordeelde tot betaling van €232.001 aan wederrechtelijk verkregen voordeel en legt hoofdelijk aansprakelijkheid op.