ECLI:NL:RBGEL:2024:2979
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit prostitutieverdiensten mensenhandel
De rechtbank Gelderland heeft op 13 mei 2024 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen veroordeelde, die eerder is veroordeeld voor medeplegen van mensenhandel. De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, berekend op € 232.001,00, gebaseerd op prostitutieverdiensten van het slachtoffer over de periode 31 mei 2015 tot en met 17 april 2017.
Tijdens de openbare terechtzitting heeft de rechtbank het bewijs en de berekeningen van het politie-rapport van 2 februari 2021 getoetst. Het rapport rekent uit dat het slachtoffer minimaal € 500 per dag verdiende en dit gehele bedrag moest afstaan aan veroordeelde en medeveroordeelden. Na aftrek van kosten voor hotelovernachtingen, vervoer, condooms, babydoekjes en beltegoed resteert het wederrechtelijk verkregen voordeel van € 232.001,00.
De rechtbank acht het aannemelijk dat veroordeelde dit voordeel heeft verkregen en legt hem hoofdelijk de betalingsverplichting aan de Staat op. Tevens wordt een gijzelingstermijn van maximaal 1080 dagen bepaald voor het geval de betaling uitblijft. De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en sluit aan op het eerder gewezen vonnis waarbij veroordeelde tot 56 maanden gevangenisstraf is veroordeeld.
Uitkomst: De rechtbank legt veroordeelde hoofdelijk ontneming van € 232.001,00 op wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit prostitutieverdiensten.