ECLI:NL:RBGEL:2024:2981
Rechtbank Gelderland
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoeker wegens niet-tijdige betaling griffierecht in exhibitieprocedure
Verzoeker diende op 12 maart 2024 een verzoekschrift in op grond van artikel 843a Rv tot exhibitie van informatie. De rechtbank stelde verzoeker op 4 april 2024 op de hoogte van de inschrijving en riep partijen op voor een hoorzitting op 27 mei 2024.
Op 7 mei 2024 attendeerde de rechtbank verzoekers advocaat erop dat het griffierecht niet tijdig was ontvangen, hetgeen in principe leidt tot niet-ontvankelijkheid. Verzoeker betaalde het griffierecht alsnog op 13 mei 2024, na een termijnoverschrijding, en verzocht om bevestiging dat de zitting doorgang zou vinden.
De rechtbank oordeelt dat de niet-tijdige betaling niet verschoonbaar is, mede omdat het griffierecht voor onvermogenden € 87 bedraagt en verzoeker dit bedrag niet tijdig heeft voldaan. Daarnaast is geen onbillijkheid van overwegende aard vastgesteld die niet-ontvankelijkheid zou kunnen rechtvaardigen. De rechtbank verklaart verzoeker daarom niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht.