ECLI:NL:RBGEL:2024:3058

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
14 mei 2024
Publicatiedatum
23 mei 2024
Zaaknummer
C/05/434493 / KG RK 24-315
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek rechter rechtbank Gelderland wegens gebrek aan vooringenomenheid

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen een rechter van de rechtbank Gelderland, werkzaam in een kort geding tussen verzoeker en Arag. Verzoeker stelde dat de rechter zich had moeten verschonen vanwege haar lidmaatschap van het gerechtsbestuur en uitlatingen van verzoeker over de rechtbank en haar leden.

De wrakingskamer onderzocht het verzoek aan de hand van de wettelijke criteria voor rechterlijke onpartijdigheid. Er is een sterke vermoeden van onpartijdigheid, en alleen bijzondere omstandigheden kunnen dit vermoeden doorbreken. Verzoeker moest concrete feiten aanvoeren die een objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid opleveren.

De kamer concludeerde dat het lidmaatschap van het gerechtsbestuur en de uitlatingen van verzoeker over de rechtbank en haar president geen aanleiding geven tot een schijn van vooringenomenheid. Deze omstandigheden zijn onvoldoende zwaarwegend om het wrakingsverzoek te honoreren.

Daarom wees de wrakingskamer het verzoek af. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk. De beslissing werd op 14 mei 2024 in openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van de rechtbank Gelderland te Arnhem.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van een objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid.

Uitspraak

beslissing
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/434493 / KG RK 24-315
Beslissing van 14 mei 2024
van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats]
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. S.H. Bokx-Boom,
rechter in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling in kort geding van 9 april 2024 en de daaraan gehechte spreekaantekeningen van verzoeker waarin het wrakingsverzoek (m.b.t. de rechter) en de gronden daarvoor zijn vermeld;
  • de schriftelijke reactie van de rechter van 17 april 2024;
  • het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 22 april 2024 van de wrakingskamer en de daaraan gehechte spreekaantekeningen van verzoeker waarin het wrakingsverzoek (m.b.t. de wrakingskamer) en de gronden daarvoor zijn vermeld;
  • de beslissing van de (tweede) wrakingskamer van 30 april 2024 waarin verzoeker niet-ontvankelijk is verklaard in zijn verzoek.
1.2.
Bij de mondelinge behandeling op 22 april 2024 zijn verschenen:
  • verzoeker;
  • de rechter;
  • [… 1] namens Arag.

2.Het wrakingsverzoek

2.1
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak
met nummer C/05/433316 / KG ZA 24-86, een kort geding tussen Arag en verzoeker. Arag vordert hierin - kort gezegd - dat verzoeker wordt veroordeeld bepaalde berichten (over Arag en haar medewerkers) te verwijderen van onlineplatforms.
2.2
Verzoeker heeft blijkens het verkort proces-verbaal van 9 april 2024 en de daaraan gehechte spreekaantekeningen, zoals toegelicht bij de mondelinge behandeling, opnieuw onder overlegging van spreekaantekeningen, aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat de rechter zich, zeker als lid van het gerechtsbestuur, had moeten verschonen gelet op het feit dat verzoeker ook uitlatingen over de rechtbank Gelderland en diens president heeft gedaan.
2.3
De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het verzoek gereageerd. Die reactie wordt hierna voor zover nodig besproken.

3.De beoordeling

3.1.
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.
3.2.
Er is niet gebleken van enige (schijn van) vooringenomenheid van de rechter in deze zaak. Dat de rechter werkzaam is als rechter in de rechtbank Gelderland, dat zij tevens lid is van het gerechtsbestuur en dat verzoeker kennelijk heeft geschreven over deze rechtbank, haar president en andere rechters, maakt niet dat sprake is van een (schijn) van vooringenomenheid van de rechter. Eventuele uitlatingen van verzoeker over andere rechters in deze rechtbank spelen in de procedure tussen Arag en verzoeker immers geen enkele rol. De gestelde wrakingsgrond haalt de hierboven genoemde zware toets niet. Het verzoek tot wraking zal worden afgewezen.

4.De beslissing

De wrakingskamer van de rechtbank:
- wijst het verzoek tot wraking af.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.M. Graat, voorzitter, mr. H.C. Leemreize en mr. M.A. Jansen-Van Leeuwen, leden in tegenwoordigheid van de griffier [… 2] en in openbaar uitgesproken op 14 mei 2024.
De griffie is buiten staat de beslissing mede te ondertekenen.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.