ECLI:NL:RBGEL:2024:3101

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
22 mei 2024
Publicatiedatum
23 mei 2024
Zaaknummer
C/05/434908 / HA ZA 24-218
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot betaling lening, franchisevergoeding en incassokosten

Eiseres, een besloten vennootschap, vordert betaling van openstaande bedragen uit hoofde van een lening, een franchiseovereenkomst, verkeersboetes en buitengerechtelijke incassokosten van gedaagde. Gedaagde is niet verschenen, waarna verstek is verleend.

De rechtbank beoordeelt het gevorderde en acht de vorderingen grotendeels toewijsbaar, met uitzondering van de dwangsomveroordeling en een deel van de kosten van het conservatoir beslag vanwege onvoldoende onderbouwing. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de resterende lening van €180.984,60, de franchisevergoeding van €57.848,30, verkeersboetes van €2.020,50 en incassokosten van €2.979,27, allen vermeerderd met wettelijke rente vanaf 28 maart 2024.

Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten, begroot op €9.443,99, en in de na het vonnis ontstane kosten onder voorwaarden. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de lening, franchisevergoeding, verkeersboetes, incassokosten en proceskosten met wettelijke rente.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/434908 / HA ZA 24-218
Vonnis van 22 mei 2024
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HYPOTHEEK VISIE CENTRALE B.V.,
statutair gevestigd en kantoorhoudende te Best,
eiseres,
advocaat mr. M.C. Franken-Schoemaker te Houten,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding;
  • het tegen gedaagde verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens voor zover hierna anders wordt overwogen. Het gevorderde zal als volgt worden toegewezen.
2.2.
De gevorderde dwangsomveroordeling is niet toewijsbaar, omdat deze ziet op veroordelingen tot betaling van geldsommen.
2.3.
De gevorderde veroordeling tot vergoeding van de kosten van het door eiseres gelegde conservatoir beslag is - behoudens het hierna te noemen griffierecht - bij gebreke van voldoende onderbouwing niet toewijsbaar, omdat eiseres heeft volstaan met het overleggen van een tweetal derdenverklaringen.
2.4.
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:
- dagvaarding € 112,99
- griffierecht € 6.617,00 (inclusief griffierecht beslagrekest)
- salaris advocaat €
2.714,00(1,0 punt × tarief € 2.714,00)
Totaal € 9.443,99.
2.5.
De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
veroordeelt gedaagde tot volledige nakoming ten aanzien van de lening, waaronder in ieder geval moet worden verstaan betaling aan eiseres van het restant van de lening ten bedrage van € 180.984,60, vermeerderd met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag met ingang van 28 maart 2024 tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt gedaagde tot volledige nakoming ten aanzien van de franchiseovereenkomst, waaronder in ieder geval moet worden verstaan betaling aan eiseres van het restant van de vordering op de failliete boedel ten bedrage van € 57.848,30, vermeerderd met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag met ingang van 28 maart 2024 tot de dag van volledige betaling,
3.3.
veroordeelt gedaagde om aan eiseres de verkeersboetes te betalen ten bedrage van € 2.020,50, vermeerderd met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag met ingang van 28 maart 2024 tot de dag van volledige betaling,
3.4.
veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 2.979,27 aan buitengerechtelijke incassokosten,
3.5.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 9.443,99, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na dagtekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
3.6.
veroordeelt gedaagde in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 178,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 92,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten met ingang van de vijftiende dag na de betekening van dit vonnis tot aan de dag van volledige betaling,
3.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.F. van den Berg en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2024.