ECLI:NL:RBGEL:2024:3116
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Terugbetaling onverschuldigde aanbetaling voor paardentransport
Op 21 maart 2021 ontving eisende partij een offerte van WHE voor het transport van een paard van Zuid-Afrika naar Europa. Op 29 april 2022 gaf eisende partij opdracht tot het transport en betaalde een aanbetaling van € 10.285,00. Op 19 april 2023 zegde eisende partij de opdracht af, omdat het transport niet meer nodig was, en vorderde zij terugbetaling van de aanbetaling.
WHE voerde aan dat zij kosten had gemaakt voor de voorbereiding en bood uit coulance € 6.000,00 terug te betalen. Tijdens de mondelinge behandeling was WHE afwezig, waardoor de kantonrechter uitging van de juistheid van de stellingen van eisende partij. De rechter stelde vast dat WHE op het moment van opzegging geen loonwaardige werkzaamheden had verricht en daarom geen aanspraak kon maken op vergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat de aanbetaling onverschuldigd was betaald en veroordeelde WHE tot terugbetaling van € 10.285,00, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 28 juni 2023. Tevens werden buitengerechtelijke incassokosten van € 1.062,20 en beslagkosten van € 1.070,77 toegewezen. WHE werd veroordeeld in de proceskosten van € 921,14. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: WHE is veroordeeld tot terugbetaling van de aanbetaling met rente, incassokosten, beslagkosten en proceskosten.