Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[eiser 1 in conv. en gedaagde 1 in reconv.] ,
2.
[eiser 2 in conv. en gedaagde 2 in reconv.],
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland behandelde een civiele zaak over de eigendom van een strook grond grenzend aan percelen van eiser en de gemeente. Eiser stelde eigenaar te zijn geworden door bevrijdende verjaring, maar de gemeente betwistte dit en stelde dat geen sprake was van de vereiste inbezitneming.
Na beoordeling van de feiten oordeelde de rechtbank dat eiser onvoldoende bewijs leverde dat hij de strook grond in bezit had genomen op een wijze die het bezit van de gemeente teniet deed. De gestelde erfafscheidingen en gebruik waren onvoldoende om eigendom door verjaring te verkrijgen. Hierdoor bleef de gemeente eigenaar.
De rechtbank wees de vorderingen van eiser af, veroordeelde hem in de proceskosten en legde op grond van onrechtmatig gebruik een ontruimingsbevel op met een termijn van twaalf weken en een dwangsom van €500 per dag tot maximaal €50.000. Een gevorderde schadevergoeding voor herplant en erfafscheiding werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De uitspraak bevestigt dat voor eigendomsverkrijging door verjaring een duidelijke en onafgebroken inbezitneming vereist is, en dat gebruik zonder recht of titel kan leiden tot ontruiming en dwangsommen zonder schadevergoeding.
Uitkomst: Het beroep op verjaring wordt afgewezen, de gemeente blijft eigenaar, en eiser wordt veroordeeld tot ontruiming met dwangsommen zonder schadevergoeding.