Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
[bedrijf 1],
1.[gedaagde 1] ,2. [gedaagde 2] ,
1.De procedure
- de akte van [gedaagden] ,
Rechtbank Gelderland
In deze civiele zaak vorderden gedaagden vergoeding van schade bestaande uit dubbele woonlasten en extra kosten om door eiser niet uitgevoerd werk alsnog door een nieuwe aannemer te laten uitvoeren. De rechtbank oordeelde dat gedaagden onvoldoende feitelijk hadden onderbouwd welke werkzaamheden niet waren uitgevoerd als gevolg van de ontbinding van de overeenkomst, waardoor de gevorderde schade niet kon worden vastgesteld en de vorderingen werden afgewezen.
Wel werd geoordeeld dat de door gedaagden gemaakte kosten voor het inschakelen van een deskundige redelijk waren, ook al was niet komen vast te staan dat zij schade hadden geleden door het niet uitgevoerde werk. Deze expertisekosten werden daarom toegewezen, inclusief wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding.
Daarnaast werden buitengerechtelijke incassokosten deels toegewezen, tot het maximumtarief van het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten, en werden proceskosten verdeeld waarbij eiser in conventie werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten en gedaagden in reconventie. De overeenkomst tussen partijen werd partieel ontbonden verklaard.
De rechtbank wees het meer of anders gevorderde af en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. De uitspraak werd gedaan door rechter E. Boerwinkel op 29 mei 2024.
Uitkomst: Vordering tot vergoeding dubbele woonlasten en extra kosten afgewezen, wel vergoeding expertisekosten en proceskosten toegewezen.