De zaak betreft een verzoek van Jeugdbescherming Gelderland Noord tot machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen. De kinderen zijn reeds onder toezicht gesteld tot 27 september 2024. Een eerdere spoedmachtiging tot uithuisplaatsing in een jeugdhulpaccommodatie was verleend tot 8 mei 2024.
De GI stelt dat het contact tussen de ouders schadelijk is voor de kinderen en dat de moeder psychische problemen heeft en niet stabiel is. De moeder is emotioneel instabiel, maakt ruzie met hulpverlening en schreeuwt tegen de kinderen. De woonsituatie bij de moeder is onveilig en onhygiënisch. De vader heeft de kinderen na een omgangsmoment bewust niet thuisgebracht, waardoor hij onbetrouwbaar blijkt in kritieke situaties.
De moeder wil de kinderen terug en is bereid hulpverlening te accepteren, terwijl de vader een netwerkplaatsing bij hem thuis wenst. De kinderrechter oordeelt dat terugplaatsing bij de ouders momenteel onverantwoord is en dat voortzetting van het verblijf in het pleeggezin noodzakelijk is. De machtiging wordt verleend voor de duur van de ondertoezichtstelling tot 27 september 2024, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.