Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[eiser 1] ,
2.
[eiser 2],
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
Rechtbank Gelderland
Partijen zijn buren met een erfdienstbaarheid van uitweg over een grindpad tussen hun percelen. De akte uit 1995 bepaalt dat het pad als uitweg dient en niet mag worden gebruikt voor parkeren of het plaatsen van zaken die het gebruik belemmeren.
Eisers vorderen dat gedaagden het parkeren op het pad verbiedt en een reeds geplaatste schutting verwijdert. Gedaagden betwist dit en vordert zelf dat de schutting legaal is en dat eiser ook geen voertuigen op het pad mag plaatsen.
De rechtbank oordeelt dat de erfdienstbaarheid betrekking heeft op het gehele grindpad tot aan de schutting en bestrating, en dat parkeren op deze strook verboden is. De schutting staat op eigen grond en valt niet onder de erfdienstbaarheid, dus mag blijven staan.
De boetebepalingen worden niet opgehoogd en niet toegewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Partijen worden in het gelijk gesteld voor het verbod op parkeren, maar proceskosten worden gecompenseerd omdat zij deels gelijk hebben gekregen.
De rechtbank benadrukt dat partijen onderling afspraken kunnen maken over het gebruik van het grindpad, ook als dit afwijkt van de akte.
Uitkomst: Parkeren op de uitweg is verboden, de schutting mag blijven staan, en proceskosten worden gecompenseerd.