De rechtbank Gelderland heeft op 30 mei 2024 het verzoek van de vader en stiefmoeder tot stiefouderadoptie en gezamenlijk gezag over de minderjarige afgewezen. De minderjarige woont sinds zijn vierde bij de vader en stiefmoeder, en het contact met de moeder is sinds eind 2017 vrijwel geheel afwezig. De moeder wenst echter contact en een rol in het leven van het kind, en de rechtbank acht het niet bewezen dat de minderjarige niets meer van zijn moeder te verwachten heeft.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde afwijzing van het adoptieverzoek omdat de minderjarige te jong is om de gevolgen te overzien en het belang van het kind niet gediend is met het definitief verbreken van de familierechtelijke banden met de moeder. Ook het verzoek tot gezamenlijk gezag werd afgewezen vanwege de verstoorde en complexe onderlinge verhoudingen, waardoor het risico bestaat dat de belangen van de minderjarige worden verwaarloosd.
De rechtbank benadrukte het belang van de identiteitsontwikkeling van de minderjarige en de noodzaak dat hij een genuanceerd beeld van zijn moeder kan vormen. De verzoekers waren ontvankelijk, maar voldeden niet aan de strenge wettelijke criteria voor adoptie. Het verzoek tot gezamenlijk gezag bood geen meerwaarde en werd eveneens afgewezen.