Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
[derde-partij]uit [plaats] (vergunninghouder) (gemachtigde: mr. J.J.H. Hulshof).
Rechtbank Gelderland
Eiseres maakte bezwaar tegen de tijdelijke omgevingsvergunning die vergunninghouder op 9 maart 2022 ontving voor de bouw van een loods, het verharden van een in- en uitrit en het huisvesten van werknemers op een agrarisch perceel. Het college verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat de vergunning niet specifiek is verleend voor seizoenarbeiders, maar voor werknemers in het algemeen, en dat het bouwplan niet voldoet aan het bestemmingsplan omdat het een groter oppervlak betreft en meer werknemers huisvest dan toegestaan. Het college heeft de ruimtelijke aspecten beoordeeld aan de hand van het gemeentelijk Kruimelbeleid, wat voldoende is. Ook de aangevoerde strijd met gebruiksregels en het gemeentelijk beleid voor huisvesting arbeidsmigranten slaagt niet.
Verder is de verkeersveiligheid voldoende beoordeeld door het college, dat zich baseerde op een verkeerskundig advies. De rechtbank vindt dat het college geen reden had om de vergunning te weigeren op grond van verkeersveiligheid. Tot slot is het oordeel van het college dat het bouwplan voldoet aan de redelijke eisen van welstand gebaseerd op een positief advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en is dit oordeel redelijk.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, de vergunning blijft van kracht en eiseres krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de tijdelijke omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft van kracht.