Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een geschil over de terugbetaling van een waarborgsom van € 2.200,00 die huurder aan verhuurder betaalde bij aanvang van de huurovereenkomst voor een appartement. Huurder vordert de terugbetaling van deze waarborgsom plus buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente. Verhuurder stelt een tegenvordering in wegens vermeende schade aan het gehuurde, veroorzaakt door roken en het terugzetten van de thermostaat op nul graden.
De kantonrechter oordeelt dat verhuurder de waarborgsom moet terugbetalen omdat zij niet heeft voldaan aan haar stelplicht en bewijslast om aan te tonen dat het gehuurde in slechtere staat werd opgeleverd dan bij aanvang. Verhuurder heeft onvoldoende onderbouwd dat de schade door huurder is veroorzaakt, onder meer omdat zij geen deskundigenrapport heeft overgelegd en de lekkage pas maanden na vertrek huurder is vastgesteld.
De vordering van huurder tot betaling van wettelijke rente vanaf 9 september 2023 en vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt toegewezen. De tegenvordering van verhuurder wordt afgewezen. Verhuurder wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. M.D.R. Joppe en uitgesproken op 12 juni 2024.
Uitkomst: Verhuurder moet waarborgsom van € 2.200,00 plus incassokosten en wettelijke rente aan huurder betalen; tegenvordering wordt afgewezen.