In deze kort gedingprocedure staat een geschil centraal over de inhoud en nakoming van een koopovereenkomst van een perceel grond nabij Elspeet. De eiser, een besloten vennootschap, vordert nakoming van de overeenkomst en levering van het perceel zonder beperkingen op het gebruik, met name met betrekking tot de mogelijkheid tot woningbouw. De gedaagde partij stelt dat er aanvullende afspraken zijn gemaakt dat het perceel niet bebouwd zal worden en dat het bouwrecht elders zal worden ingezet.
De rechtbank stelt vast dat partijen het eens zijn over de verkoopprijs en het perceel, maar verschillen van mening over de essentiële afspraken omtrent het toekomstige gebruik. De eiser baseert zich op een e-mail met handgeschreven tekst en handtekeningen, terwijl de gedaagde partij betwist dat dit document alle afspraken bevat. De rechtbank oordeelt dat het kort geding zich niet leent voor het vaststellen van de volledige inhoud van de overeenkomst en dat nader onderzoek in een bodemprocedure nodig is.
Daarom wordt de vordering tot nakoming afgewezen. De eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. K. van Vlimmeren-van Ommen en op 18 juni 2024 uitgesproken.