Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[eiser sub 1] ,
[eiser sub 2],
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
Rechtbank Gelderland
Eisers zijn sinds december 2021 eigenaar van een woning met tuin die grenst aan het perceel van gedaagden, die sinds 2006 eigenaar zijn van het naastgelegen perceel. Kort na de eigendomsoverdracht bleek dat een houten schuur van gedaagden gedeeltelijk, over een lengte van 9 meter en 70 centimeter diep, op het perceel van eisers stond. Eisers vorderen verwijdering van dit overstekende deel van de schuur, stellende dat gedaagden onrechtmatig handelen door inbreuk op hun eigendomsrecht.
Gedaagden betwisten de kadastrale erfgrens als eigendomsgrens maar onderbouwen dit niet en beroepen zich niet op verkrijgende verjaring. De rechtbank stelt vast dat de eigendomsgrens gelijk is aan de kadastrale grens en dat gedaagden onrechtmatig handelen door de overbouw. De verwijdering is niet onredelijk, ook niet gelet op de kosten en de constructie van de schuur. Het beroep op misbruik van recht wordt verworpen, mede omdat eisers een zwaarwegend belang hebben bij het genot van hun volledige tuin.
De rechtbank veroordeelt gedaagden binnen vier weken het overstekende deel van de schuur te verwijderen en legt een dwangsom op van €1.000 per dag bij niet-naleving, tot een maximum van €50.000. Daarnaast worden de proceskosten aan gedaagden opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot verwijdering van het gedeelte van de schuur dat op het perceel van eisers staat binnen vier weken, met een dwangsom bij niet-naleving.