ECLI:NL:RBGEL:2024:401

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
17 januari 2024
Publicatiedatum
26 januari 2024
Zaaknummer
C/05/429380 / HA ZA 23-550
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 overeenkomst van geldleningArt. 706 RvArt. 721 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vorderingen in civiele geldleningszaak met gedeeltelijke afwijzing beslagkosten

Eiseres vordert betaling van een geldlening, incassokosten, beslagkosten en proceskosten van gedaagde, die niet is verschenen. De rechtbank constateert dat de beslagstukken incompleet zijn, met name ontbreken de verplichte exploten voor derdenbeslag, waardoor een deel van de beslagkosten slechts gedeeltelijk kan worden toegewezen.

De rechtbank veroordeelt gedaagde tot betaling van €30.000,- plus wettelijke rente vanaf 20 juli 2023, en tot betaling van het bedrag waarop eiseres krachtens de geldleningsovereenkomst van 26 maart 2023 recht heeft, eveneens met rente. Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten toegewezen, waarbij de proceskosten aan de zijde van eiseres worden begroot op €1.883,48.

De beslagkosten worden begroot op €1.640,25 en deels toegewezen vanwege het ontbreken van noodzakelijke exploten. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van deze kosten met wettelijke rente. Tevens worden nakosten na het vonnis begroot en onder voorwaarden toegewezen.

Het vonnis is verstekvonnis, uitvoerbaar bij voorraad, en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de geldlening, incassokosten, beslagkosten en proceskosten met wettelijke rente, met gedeeltelijke beperking van beslagkosten wegens onvolledige stukken.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/429380 / HA ZA 23-550
Vonnis van 17 januari 2024
in de zaak van
[eiseres],
wonende te [plaats] ,
eiseres,
advocaat mr. O.M.M. Philips te Haren, gemeente Groningen,
tegen
[gedaagde],
wonende te [plaats] ,
gedaagde,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding;
  • het tegen gedaagde verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens voor zover hierna anders wordt overwogen. De vordering zal daarom als volgt worden toegewezen.
2.2.
Eiseres vordert gedaagde te veroordelen tot betaling van de beslagkosten, in totaal € 1.096,45 voor exploten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv Pro slechts gedeeltelijk toewijsbaar. De beslagstukken zijn niet compleet overgelegd. Bij de stukken ontbreken de - ingevolge het bepaalde in artikel 721 Rv Pro - op straffe van nietigheid voorgeschreven exploten van overbetekening van een afschrift van de dagvaarding aan de derde-beslagenen (banken). Bij gebreke daarvan kan niet worden beoordeeld of de wettelijke termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen. De beslagkosten worden daarom begroot op € 560,25 voor exploten, € 314,00 voor griffierecht en € 766,00 voor salaris advocaat (1 rekest x € 766,00).
2.3.
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:
- dagvaarding € 130,48
- griffierecht € 987,00 (€ 1.301,00 - € 314,00)
- salaris advocaat €
766,00(1,0 punt × tarief € 766,00)
Totaal € 1.883,48
2.4.
De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
veroordeelt gedaagde om binnen acht dagen na de datum van dit vonnis aan eiseres te betalen een bedrag van € 30.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag met ingang van 20 juli 2023 tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen het bedrag waartoe eiseres op grond van het bepaalde in artikel 3 van Pro de overeenkomst van geldlening van 26 maart 2023 is gerechtigd, vermeerderd met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag met ingang van 20 juli 2023 tot de dag van volledige betaling,
3.3.
veroordeelt gedaagde om binnen acht dagen na de datum van dit vonnis aan eiseres te betalen een bedrag van € 1.075,00 aan buitengerechtelijke incassokosten,
3.4.
veroordeelt gedaagde in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 1.640,25, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van veertien dagen na dagtekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
3.5.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 1.883,48, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
3.6.
veroordeelt gedaagde in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 173,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 90,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de dag van volledige betaling,
3.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.F. van den Berg en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2024.