Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2024:41

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
3 januari 2024
Publicatiedatum
5 januari 2024
Zaaknummer
23-011090
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning vergoeding kosten raadsman na sepotbeslissing wegens ernstige aantijging

De officier van justitie besloot de verdachte niet verder te vervolgen en bracht dit op 3 februari 2023 schriftelijk over. Verzoeker diende vervolgens een verzoek in tot vergoeding van de kosten van zijn raadsman, waaronder ook werkzaamheden na de sepotmededeling.

De rechtbank behandelde het verzoek op 20 december 2023 en hoorde alle partijen. Het openbaar ministerie erkende slechts een gedeeltelijke vergoeding toe te kennen, omdat sommige werkzaamheden na het sepot volgens hen niet vergoedbaar waren. De raadsman stelde echter dat deze werkzaamheden noodzakelijk waren om de sepotbeslissing nader toe te lichten aan de cliënt, omdat de sepotbeslissing geen concrete motivering bevatte.

De rechtbank oordeelde dat het billijk is om ook de kosten van de werkzaamheden na het sepot te vergoeden, omdat de advocaat tijd moest krijgen om de sepotbeslissing uit te leggen aan de cliënt. De rechtbank wees het verzoek daarom volledig toe en bepaalde een vergoeding van €4.883,72 ten laste van de Staat.

Uitkomst: De rechtbank kent een volledige vergoeding van €4.883,72 toe voor de kosten van de raadsman, inclusief werkzaamheden na de sepotbeslissing.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
raadkamernummer : 23- 011090
uitspraak : 3 januari 2024
beslissing van de meervoudige militaire raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres]
hierna te noemen: verzoeker.
Advocaat: mr. M.P.K. Ruperti, advocaat te Apeldoorn.

Feiten

De officier van justitie heeft beslist verzoeker niet verder te vervolgen en heeft dat bij brief van 3 februari 2023 aan verzoeker meegedeeld.

Procedure

Het verzoekschrift is op 2 mei 2023 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. Het openbaar ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt. De rechtbank heeft op 20 december 2023 het verzoekschrift in openbare raadkamer behandeld en daarbij verzoeker, de advocaat en de officier van justitie gehoord.

Verzoek

Het verzoek strekt tot het toekennen van een vergoeding van in totaal € 4.883,72 wegens:
  • de kosten van een raadsman in de strafzaak; door verzoeker zijn overgelegd een factuur van de advocaat tot een bedrag van € 4.203,72 en een urenspecificatie;
  • de kosten van een raadsman voor het opstellen, indienen en in raadkamer toelichten van dit verzoek tot een bedrag van € 680,--.

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie tekent aan dat enkele werkzaamheden: ‘studie dossier’ en ‘telefoongesprek met cliënt’ zijn verricht na het sepot zodat deze kosten niet kunnen worden meegenomen in de rechtsbijstandskosten. Uitgaande van een gewijzigd aantal uren van 10,5 uur, acht de officier van justitie toekenning van het verzoek toewijsbaar tot € 3.838,17.

Beoordeling

De rechtbank is bevoegd en het verzoek is tijdig ingediend. Het ingediende verzoekschrift is weliswaar niet ondertekend door verzoeker zelf, maar deze was tijdens de behandeling van het verzoek aanwezig en heeft verklaard dat het verzoek namens hem is ingediend. Daarmee is dit verzuim hersteld.
Aan de gewezen verdachte kan een vergoeding worden toegekend voor werkelijke schade als gevolg van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting. Ook kan een vergoeding worden toegekend voor de kosten van een raadsman, inclusief kosten voor bijstand tijdens de verzekering en de voorlopige hechtenis, behalve als de raadsman was toegevoegd. De toekenning van een schadevergoeding heeft steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
In discussie zijn de werkzaamheden die zijn verricht ná de sepotmededeling van 3 februari 2023, te weten dossierstudie van 42 minuten en aansluitend telefoongesprek met verzoeker van 18 minuten op 27 maart 2023. De advocaat heeft aangevoerd dat dit minder opmerkelijk is dan het lijkt. De strafzaak betreft een ernstige aantijging van aanranding, waarbij verzoeker kennelijk in beeld kwam op basis van een vaag signalement. Dit leidde tot een strafrechtelijk onderzoek, dat uiteindelijk is geëindigd in een sepot met enkel als motivering dat verzoeker ten onrechte als verdachte is aangemerkt. Dit noopte de advocaat ertoe nogmaals het dossier na te gaan waarop deze sepotmotivering zou kunnen zijn gebaseerd en vervolgens moest hij dat uitleggen aan cliënt.
De rechtbank acht deze nadere motivering voor dit onderdeel van het verzoek niet onaannemelijk. Als het openbaar ministerie volstaat met een algemeen sjabloon van de sepotbeslissing zonder enige concrete toelichting, is het kennelijk aan de advocaat om te proberen deze beslissing nader te duiden. Als daarmee vervolgens kosten gemoeid zijn, is het billijk deze kosten ook te vergoeden. Dat betekent dat verzoek geheel wordt toegewezen.

Beslissing

De rechtbank:
- kent aan verzoeker ten laste van de Staat een vergoeding toe van € 4.883,72;
Deze beslissing is gegeven door de meervoudige militaire raadkamer: mr. F.J.H. Hovens als voorzitter, mr. T.P.E.E. van Groeningen en kapitein-ter-zee mr F.E. Venema, in tegenwoordigheid van mr. L. Willems, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 januari 2024.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de officier van justitie binnen veertien dagen daarna en voor de gewezen verdachte of zijn erfgenamen binnen een maand na de betekening hoger beroep open bij het gerechtshof.

BEVELSCHRIFT VAN TENUITVOERLEGGING

De rechter beveelt de tenuitvoerlegging van vorenstaande beslissing als de zaak onherroepelijk is en de betaling ten laste van ’s Rijks kas door de griffier van deze rechtbank van een bedrag van:
€ 4.883,72 ten gunste van verzoeker, door overmaking van voornoemd bedrag op rekeningnummer [Ibannummer] , ten name van [tenaamstelling] , onder vermelding van ‘ [ovv] ’.