Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
de officier van justitie
[verdachte]
De procedure
Het onderzoek ter terechtzitting
De standpunten
De beoordeling
De beslissing
6 maandenen wijst de vordering voor het overige af;
Rechtbank Gelderland
De veroordeelde is in het Verenigd Koninkrijk veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf en in 2019 overgedragen aan Nederland. Op 17 november 2021 werd hij voorwaardelijk in vrijheid gesteld onder algemene en bijzondere voorwaarden, waaronder meldplicht, behandeling, verblijf bij zorginstellingen, en medewerking aan toezicht.
Op 29 december 2023 werd hij aangehouden wegens overtreding van deze voorwaarden. De officier van justitie verzocht de rechtbank om herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling voor een periode van 365 dagen. Tijdens de terechtzitting op 16 januari 2024 werd vastgesteld dat de veroordeelde zich niet begeleidbaar toonde, agressief gedrag vertoonde en zijn huisvesting verloor, wat het recidiverisico verhoogt.
De rechtbank oordeelde dat de vordering tot herroeping terecht is, maar wijst deze slechts gedeeltelijk toe voor zes maanden om de veroordeelde een kans te geven zijn gedrag te verbeteren. De rest van de vordering wordt afgewezen. De vrijheidsstraf wordt hervat vanaf de aanhoudingsdatum en de veroordeelde moet de resterende 180 dagen straf uitzitten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling gedeeltelijk toe voor zes maanden en beveelt de uitvoering van 180 dagen gevangenisstraf.