Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
1.De procedure
- de zittingsaantekeningen van de mondelinge behandeling van 19 juni 2024
- de pleitnota van [eiser 1] en [eiser 2]
- de spreekaantekeningen van [gedaagde] .
Rechtbank Gelderland
De buren, eigenaar en bewoner van woningen nabij een geitenhouderij, vorderden in kort geding dat de eigenaar van de geitenhouderij een grondwal terugplaatst die hij eerder had aangelegd ter beperking van geluid- en geurhinder. De grondwal was in 2014 aangelegd en in 2023 verwijderd door de geitenhouder.
De eisers stelden dat was afgesproken dat de wal zou blijven zolang de geitenhouderij bestond en dat de verwijdering leidde tot meer overlast. De geitenhouder betwistte dat een dergelijke afspraak bestond en voerde aan dat de wal geen effect had gehad en dat hij de grond nodig had voor andere doeleinden.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende aannemelijk was dat de wal blijvend zou blijven liggen en dat de verwijdering geen schending van een overeenkomst vormde. Ook was geen sprake van misbruik van recht door de eigenaar. De vorderingen werden afgewezen en de eisers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot terugplaatsing van de grondwal wordt afgewezen omdat geen afspraak bestond over blijvende handhaving en geen misbruik van recht is vastgesteld.