3.3.Als eis in reconventie vordert de vader, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,
- de moeder te veroordelen om uiterlijk vrijdag 14 juni 2024 18.00 uur [kind] naar de overdrachtsplaats bij de [locatie] te doen brengen ter nakoming van de contactregeling bepaald bij uitspraak van het gerechtshof waarbij ook het hoofdverblijf van [kind] bij vader is bepaald, op straffe van betaling van een dwangsom van € 500,- voor elke dag dat de moeder hier niet aan voldoet, althans een door de rechter te bepalen dwangsom, voor elke dag dat de moeder hier niet aan voldoet met een maximum van € 25.000,-;
- de contactregeling met ingang van 1 november 2024 (voorlopig) te wijzigen met dien verstande dat [kind] dan contact met de moeder zal hebben eens per 14 dagen van donderdag na school tot zondagavond 19.00 uur, waarbij de moeder [kind] donderdag van school haalt en op de zondagavond om 19.00 uur terugbrengt naar de overdrachtsplaats te [locatie] onder veroordeling van de moeder hieraan mee te werken tenminste totdat de bodemrechter uitspraak over de wijziging van de omgangsregeling heeft gedaan, op straffe van betaling van een dwangsom van € 500,- voor elke dag dat de moeder hier vanaf 1 november 2024 niet aan voldoet, althans een door de rechter te bepalen dwangsom, voor elke dag dat de moeder hier niet aan voldoet met een maximum van € 25.000,-;
- primair de moeder te veroordelen tot het verlenen van toestemming voor de inschrijving van [kind] aan de basisschool [naam school in plaats] binnen een week na de uitspraak op straffe van betaling van een dwangsom van € 500,- voor elke dag dat de moeder hier vanaf 17 juni 2024 niet aan voldoet met een maximum van € 25.000,-;
- subsidiair te bepalen dat toestemming verleend wordt om [kind] in te schrijven aan de basisschool [naam school in plaats] en de uitspraak in de plaats treedt van toestemming van de moeder voor de inschrijving van [kind] aan de basisschool [naam school in plaats] ;
- de moeder te veroordelen tot betaling van de kosten van deze procedure te vermeerderen met de nakosten, een en ander te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van de uitspraak, en – voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.