ECLI:NL:RBGEL:2024:4228

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
29 mei 2024
Publicatiedatum
5 juli 2024
Zaaknummer
10314956
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling voorschot op kosten deskundige in civiele procedure tegen VGZ Zorgverzekeraar

In deze civiele zaak tussen eiseres en VGZ Zorgverzekeraar heeft de kantonrechter het voorschot op de kosten van de deskundige vastgesteld. Zowel eiseres als VGZ hebben geen bezwaar gemaakt tegen de begroting van de deskundige en de benoeming van de deskundige.

De hoogte van het voorschot is vastgesteld op €7.260,00 inclusief btw. VGZ heeft erop gewezen dat de deskundige alleen de daadwerkelijk bestede uren in rekening zal brengen, waarop de kantonrechter heeft opgemerkt dat de deskundige haar tijdspecificatie in de eindafrekening moet opnemen.

De kantonrechter heeft bepaald dat eiseres binnen twee weken na ontvangst van de nota het voorschot moet betalen. De griffier wordt opgedragen de deskundige onmiddellijk van de betaling in kennis te stellen. De zaak wordt op de rol gezet voor verdere procedure afhankelijk van betaling en ontvangst van het deskundigenrapport.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden, waarmee de procedure voorlopig wordt voortgezet onder de gestelde voorwaarden.

Uitkomst: Het voorschot op de kosten van de deskundige wordt vastgesteld op €7.260,00 inclusief btw en eiseres dient dit binnen twee weken te betalen.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 10314956 \ CV EXPL 23-908
Vonnis van 29 mei 2024
in de zaak van
[eiseres],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. M.A. Woudenberg,
tegen
VGZ ZORGVERZEKERAAR N.V.,
te Arnhem,
gedaagde partij,
hierna te noemen: VGZ,
gemachtigde: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 1 mei 2024;
- de akte uitlating voorschotnota van VGZ;
- de e-mail van [eiseres] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
[eiseres] is in de gelegenheid gesteld bezwaar te maken tegen de begroting van de deskundige en tegen de benoeming van de deskundige. VGZ is in de gelegenheid gesteld bezwaar te maken tegen de begroting van de deskundige.
2.2.
Zowel [eiseres] als VGZ heeft aangegeven geen bezwaar te maken tegen de kostenbegroting. [eiseres] heeft aangegeven ook geen bezwaar te maken tegen benoeming van [deskundige] als deskundige. De hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige zal dus worden vastgesteld op € 7.260,00 inclusief btw.
2.3.
VGZ heeft nog opgemerkt dat ze ervan uitgaat dat de deskundige enkel de daadwerkelijk bestede uren in rekening zal brengen. Naar aanleiding van deze opmerking merkt de kantonrechter op dat het aan de deskundige is om in haar eindafrekening de door haar bestede tijd te specificeren.
2.4.
In het tussenvonnis van 26 juli 2023 is al aangekondigd en toegelicht dat [eiseres] het voorschot op de kosten van de deskundige moet betalen.
2.5.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het bedrag van € 7.260,00 inclusief btw,
3.2.
bepaalt dat [eiseres] het voorschot moet overmaken
binnen twee wekenna de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
3.3.
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,
3.4.
bepaalt dat de zaak op de rol zal komen:
- als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen van beide partijen op een termijn van twee weken of
- na ontvangst ter griffie van het rapport: voor conclusie na deskundigenbericht van [eiseres] op een termijn van vier weken,
3.5.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2024.
520 / 40141