Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding in vrijwaring
- de conclusie van antwoord in vrijwaring tevens houdende bevoegdheidsincident
- de conclusie van antwoord in bevoegdheidsincident.
Rechtbank Gelderland
In deze civiele procedure staat centraal de vraag of de rechtbank bevoegd is kennis te nemen van een vordering tussen BCF B.V. en BETON INDUSTRIE ARTS B.V. (BIA). BIA beroept zich op een arbitraal beding in haar algemene voorwaarden, waardoor geschillen aan de Raad van Arbitrage voor Bouwbedrijven moeten worden voorgelegd. BCF betwist de toepasselijkheid van deze algemene voorwaarden en voert aan dat het beroep op het arbitragebeding onaanvaardbaar is wegens strijd met redelijkheid en billijkheid, rechtsverwerking en misbruik van recht.
De rechtbank stelt vast dat BCF een grote partij is in de zin van artikel 6:235 BW Pro en derhalve geen beroep kan doen op vernietigingsgronden van de algemene voorwaarden. De algemene voorwaarden zijn dan ook van toepassing. Het arbitraal beding is geldig en dwingt tot arbitrage, waardoor de rechtbank zich onbevoegd verklaart.
De door BCF aangevoerde uitzonderingen op het arbitraal beding worden verworpen. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die het onaanvaardbaar maken om het beding toe te passen. Rechtsverwerking en misbruik van recht worden niet aangenomen omdat BIA niet onredelijk heeft gehandeld. De rechtbank wijst de vordering tot onbevoegdverklaring toe, verklaart zich onbevoegd in de hoofdzaak en veroordeelt BCF in de proceskosten van zowel het incident als de hoofdzaak.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd vanwege het geldige arbitraal beding en wijst de vordering tot onbevoegdverklaring toe.