Eiseres verzocht om een tijdelijke omgevingsvergunning voor het gebruik van een gebouw op een bedrijventerrein als zelfstandig kantoor voor tien jaar. Het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn weigerde deze vergunning omdat het gebruik in strijd is met het bestemmingsplan, dat zelfstandige kantoren op dit terrein niet toestaat.
Eiseres voerde aan dat het bestemmingsplan onduidelijk en tegenstrijdig is, dat het college onvoldoende had gemotiveerd en dat het besluit in strijd zou zijn met het gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel. De rechtbank oordeelde dat het bestemmingsplan helder is en dat zelfstandige kantoren niet zijn toegestaan, terwijl kantoren binnen overige zakelijke dienstverlening alleen in combinatie met andere functies zijn toegestaan.
De rechtbank stelde vast dat het college de weigering voldoende heeft gemotiveerd, mede op basis van het advies van de onafhankelijke bezwarencommissie en beleidsnota's gericht op behoud van bedrijventerreinen. De aangevoerde vergelijkingen met andere vergunningen voor kantoorruimte in combinatie met andere functies zijn niet gelijkwaardig. Ook is het besluit niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel omdat de aanvraag voor tien jaar geldt.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de weigering van de omgevingsvergunning in stand blijft en eiseres geen proceskostenvergoeding ontvangt.