Uitspraak
[derde-partij]uit [plaats 2].
Rechtbank Gelderland
De jachthaven Strand Horst exploiteert ligplaatsen voor recreatievaartuigen die volgens het bestemmingsplan 'Strand Horst' niet op de huidige locatie mogen worden gebruikt. Het college van burgemeester en wethouders van Ermelo besloot handhavend op te treden tegen het gebruik van twee specifieke ligplaatsen, omdat deze niet onder het gebruiksovergangsrecht zouden vallen vanwege vermoedelijke bewoning.
De jachthaven stelde een verzoek om voorlopige voorziening in tegen dit handhavingsbesluit. De voorzieningenrechter oordeelde dat de vraag of de ligplaatsen bewoond zijn niet relevant is voor de bescherming door het gebruiksovergangsrecht; het gaat om de aanwezigheid van de ligplaatsen zelf. Omdat niet vaststaat of het gebruik van de ligplaatsen beschermd wordt door het overgangsrecht, bestaat er voldoende twijfel om het handhavingsbesluit voorlopig te schorsen.
De voorzieningenrechter wees het verzoek toe, schorst het besluit en veroordeelt het college tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan de jachthaven. De zaak wordt inhoudelijk behandeld in een bodemprocedure, waarin definitief zal worden beslist over het gebruiksovergangsrecht.
Uitkomst: Het handhavingsbesluit tegen de ligplaatsen wordt geschorst vanwege twijfel over het gebruiksovergangsrecht.