ECLI:NL:RBGEL:2024:4603

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
9 juli 2024
Publicatiedatum
18 juli 2024
Zaaknummer
05.071391.22
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs witwassen personenauto en geldbedrag

De rechtbank Gelderland behandelde op 9 juli 2024 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van gewoontewitwassen van meerdere voorwerpen, waaronder een Audi personenauto en een geldbedrag van €133.979.

De officier van justitie stelde dat wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan witwassen van de Audi en het genoemde geldbedrag, en eiste een taakstraf van 180 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden. De verdediging bepleitte vrijspraak voor alle tenlastegelegde feiten.

De rechtbank oordeelde dat uit het dossier bleek dat de personenauto was aangeschaft door de ex-partner van verdachte en dat er onvoldoende bewijs was dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de gelden afkomstig waren uit een misdrijf. Ook voor het geldbedrag van €133.979, dat via girale overboekingen was overgemaakt, ontbraken aanknopingspunten voor een criminele herkomst.

Voor de overige tenlastegelegde voorwerpen kon eveneens geen wettig en overtuigend bewijs worden geleverd. De rechtbank sprak verdachte daarom vrij van alle tenlastegelegde feiten.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van witwassen wegens onvoldoende bewijs dat hij wist of moest vermoeden dat het geld en de auto uit een misdrijf afkomstig waren.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05.071391-22
Datum uitspraak : 09 juli 2024
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1997 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 1] , [postcode] in [woonplaats] .
Raadsman: mr. W.F.J. Kramer, advocaat in Utrecht.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 01 juni 2017 tot en met 29 juni 2021 te Overberg en/of Veenendaal en/of Hoogeveen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) van een voorwerp en/of geldbedragen te weten;
- een voertuig van het merk Audi met [kenteken 1] en/of
- een voertuig van het merk Mercedes Benz met [kenteken 2] en/of
- een geldbedrag van € 75.130 en/of
- chalet aan de [adres 2] ( [adres 3] ) op het [plek] en/of
- een geldbedrag van € 133.979,-- en/of
- een voertuig van het merk Audi [kenteken 3]
heeft/hebben verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of daarvan gebruik heeft/hebben gemaakt (zaaksdossier witwassen blz F1497 t/m F1506) terwijl zij en/of haar mededader(s) wist(en) althans moeten vermoeden dat die voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) geheel of gedeeltelijk – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf en/of enig eigen misdrijf, zulks terwijl zij, verdachte van het plegen van dat feit een gewoonte heeft gemaakt.

2.De standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen in de opzettelijke variant van een voertuig van het merk Audi met [kenteken 1] en een geldbedrag van € 133.979,00. Voor de overige tenlastegelegde voorwerpen en geldbedragen heeft zij gerequireerd tot vrijspraak. De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 180 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met een proeftijd van twee jaren.
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor alle onderdelen van de tenlastelegging.

3.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Audi met [kenteken 1]
Anders dan de verdediging heeft betoogd, gaat de rechtbank op grond van het dossier ervan uit dat de personenauto is aangeschaft door de ex-partner van verdachte, [naam] . Uit het dossier blijkt naar het oordeel van de rechtbank echter niet dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de gelden waarmee de personenauto werd aangeschaft van enig misdrijf afkomstig waren. Dit leidt tot de conclusie dat dit onderdeel van de tenlastelegging niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
Geldbedrag van € 133.979,00
Uit het dossier volgt dat [naam] van verschillende bedrijven geld op zijn bankrekening met nummer [rekeningnummer 1] ontving. Deze bedragen stortte hij vervolgens door naar (onder andere) [rekeningnummer 2] op naam van verdachte. Op deze wijze werd er in de periode van 25 april 2019 tot en met 23 maart 2021 een bedrag van € 133.979,00 overgeschreven. Het betrof hier dus allemaal girale overboekingen. Naar het oordeel van de rechtbank bevat het dossier onvoldoende aanknopingspunten waaruit kan worden afgeleid dat die gelden een criminele herkomst hadden en dus afkomstig waren uit enig misdrijf. Reeds hierom kan ook dit onderdeel van de tenlastelegging niet wettig en overtuigend bewezen worden verklaard. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de tenlastelegging voor wat betreft de overige voorwerpen niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Daarvan zal verdachte dan ook worden vrijgesproken.

4.De beslissing

De rechtbank spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.G.E. ter Hart (voorzitter), mr. S.H. Keijzer en mr. M.J. Wasmann, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. van Gameren, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 juli 2024.