Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[bedrijf eiser],
Rechtbank Gelderland
In deze civiele zaak heeft eiser verzocht om aanvulling van het eerder gewezen verstekvonnis van 10 april 2024. Eiser wilde dat de rechtbank gedaagde veroordeelde tot betaling van een bedrag van € 2.420,00 aan contractuele rente in plaats van de reeds toegekende wettelijke handelsrente van € 314,07, berekend tot en met 16 februari 2024.
De rechtbank overwoog dat in het verstekvonnis op alle onderdelen van de vordering was beslist en dat de algemene voorwaarden van eiser alleen wettelijke rente vermeldden. De vermeende minimumrente van 10% met een minimum van € 150,00 betrof buitengerechtelijke incassokosten en niet de rente zelf. De rechtbank concludeerde dat er geen aanleiding was voor aanvulling of verbetering van het verstekvonnis.
Daarom wees de rechtbank het verzoek van eiser af en bevestigde het eerdere vonnis waarin gedaagde werd veroordeeld tot betaling van wettelijke handelsrente. Het vonnis werd uitgesproken door mr. G.F. van den Berg op 12 juni 2024.
Uitkomst: Het verzoek tot aanvulling van het verstekvonnis tot betaling van contractuele rente is afgewezen.