Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2024:4695

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
21 juni 2024
Publicatiedatum
19 juli 2024
Zaaknummer
C/05/436910 / KG RK 24-449
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1075 RvArt. 985 RvArt. 1:14 BWArt. 1076 RvArt. 74 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot verlof tenuitvoerlegging buitenlands arbitraal vonnis afgewezen wegens onbevoegdheid rechtbank

Verzoekster, een vennootschap naar buitenlands recht gevestigd in Praag, heeft bij de rechtbank Gelderland verzocht om verlof voor de tenuitvoerlegging van een buitenlands arbitraal vonnis tegen Witteveen Men's Shop B.V. gevestigd te Arnhem.

Het arbitraal vonnis, gewezen op 22 december 2021 in Tsjechië, veroordeelt belanghebbende tot betaling van diverse bedragen aan verzoekster. Verzoekster vroeg de voorzieningenrechter om verlof op grond van artikel 1075 lid 2 Rv Pro jo. artikel 985 Rv Pro jo. artikel 1:14 BW Pro.

De rechtbank oordeelt dat de tenuitvoerlegging van een buitenlands arbitraal vonnis uitsluitend door het gerechtshof kan worden toegestaan, niet door de rechtbank. Daarom verklaart de rechtbank zich onbevoegd en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Tevens wijst de rechtbank op de verhoogde griffierechten na verwijzing.

Uitkomst: Rechtbank verklaart zich onbevoegd en verwijst verzoek tot verlof tenuitvoerlegging buitenlands arbitraal vonnis naar gerechtshof.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rekestnummer: C/05/436910 / KG RK 24-449
Beschikking van 21 juni 2024
in de zaak van
de vennootschap naar buitenlands recht
S DISTRIBUTION S.R.O.,
gevestigd te Praag, Tsjechische Republiek,
verzoekster,
advocaat mr. T.J. van Weeren te Amsterdam,
en
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
WITTEVEEN MEN'S SHOP B.V.,
gevestigd te Arnhem,
belanghebbende.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 5 juni 2024, met 7 producties.
1.2.
Tenslotte is beschikking bepaald.

2.Het verzoek en de beoordeling

2.1.
Het verzoek strekt er (voornamelijk) toe dat de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, aan verzoekster verlof verleent om het door haar overgelegde arbitragevonnis in Nederland ten laste van belanghebbende ten uitvoer te leggen, op grond van artikel 1075 lid 2 Rv Pro jo. artikel 985 Rv Pro jo. artikel 1:14 BW Pro.
2.2.
Het voornoemde arbitragevonnis is op 22 december 2021 gewezen in een door verzoekster tegen belanghebbende in de Tsjechische Republiek aanhangig gemaakte arbitrageprocedure. In het arbitragevonnis is belanghebbende veroordeeld om aan verzoekster een aantal bedragen te voldoen.
2.3.
De tenuitvoerlegging van een buitenlands arbitraal vonnis in Nederland is slechts mogelijk na een daartoe verkregen verlof van het gerechtshof van het ressort waar de wederpartij van verzoeker woonplaats heeft of waar de tenuitvoerlegging wordt verlangd. Dit is geregeld in de artikelen 1075 Rv (in het geval dat een erkennings- en tenuitvoerleggingsverdrag van toepassing is) en 1076 Rv (in het geval dat geen erkennings- en tenuitvoerleggingsverdrag van toepassing is). Dit betekent dat niet de rechtbank, maar het gerechtshof absoluut bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. De zaak zal worden verwezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
verklaart zich onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen,
3.2.
verwijst de zaak in de stand waarin zich deze bevindt naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem,
3.3.
draagt de griffier - op grond van artikel 74 lid 2 Rv Pro - op een afschrift van deze beschikking en het verzoekschrift te zenden aan de handelsgriffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem,
3.4.
wijst verzoekster - op grond van artikel 73 jo Pro. 71 lid 4 Rv jo. artikel 10 en Pro 3 lid 5 Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) - erop dat na verwijzing een verhoogd griffierecht verschuldigd is, dat deze verhoging kan worden afgeleid uit de actuele bijlage (griffierechtentabel) bij de Wgbz en dat deze verhoging binnen 4 weken na dagtekening van deze beschikking moet zijn bijgeschreven op de rekening van voornoemd gerechtshof dan wel ter griffie van dat gerechtshof moet zijn gestort.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Boerwinkel en in het openbaar uitgesproken op 21 juni 2024.