De rechtbank Gelderland heeft op 29 juli 2024 een beschikking uitgesproken waarin zij de voortzetting van de inbewaringstelling van een cliënt met dementie toewijst. De cliënt kan vanwege zijn progressieve ziekte en de ernstige verwaarlozing van zijn woning, een boerderij, niet meer thuis blijven wonen. De wijkverpleging, thuiszorg en mantelzorger kunnen daardoor geen adequate zorg meer bieden.
Tijdens de mondelinge behandeling zijn de cliënt, zijn advocaat, een specialist ouderengeneeskunde, de echtgenote en een contactpersoon gehoord. Uit de stukken en de behandeling blijkt dat de cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening en 24-uurs intensieve dementiezorg nodig heeft. Er is een zorgindicatie aangevraagd met zorgzwaarte 5, en een rechterlijke machtiging is in voorbereiding.
De rechtbank oordeelt dat het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel bestaat uit risico op ernstig lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Terugkeer naar huis is geen optie vanwege de verwaarloosde thuissituatie en het ontbreken van minder bezwarende alternatieven. De machtiging wordt verleend voor zes weken, tot en met 9 augustus 2024.