De zaak betreft een geschil tussen een werkgever en werknemer over de ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een verstoorde arbeidsverhouding en conflicten omtrent aandelenparticipatie.
De werknemer was sinds 2008 betrokken bij het familiebedrijf en trad na verkoop van de onderneming in 2017 in dienst bij de werkgever. Er was een intentieovereenkomst gesloten over aandelenparticipatie, die later tot geschillen leidde. De werknemer was langdurig arbeidsongeschikt en volgde een revalidatietraject, waarna hij volledig hersteld werd verklaard.
De werkgever verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een ernstig verstoorde arbeidsverhouding, mede veroorzaakt door discussies over re-integratie en aandelen. De werknemer voerde verweer en stelde dat herplaatsing mogelijk was en dat de werkgever onvoldoende aan re-integratieverplichtingen had voldaan.
De kantonrechter oordeelde dat de spanningen vooral voortvloeiden uit het aandelenconflict, dat niet relevant is voor de arbeidsverhouding. Er was geen sprake van een duurzaam verstoorde arbeidsrelatie. Ook was onvoldoende onderbouwd dat de werknemer niet aan re-integratieverplichtingen had voldaan. Het ontbindingsverzoek werd daarom afgewezen en de werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.