De biologische vader en wensvader zijn in een relatie en hebben samen met draagmoeder en draagvader een hoogtechnologisch draagmoederschapstraject doorlopen, waarbij de draagmoeder zwanger is van een nog ongeboren kind.
De rechtbank heeft op 4 juli 2024 de ontkenning van het vaderschap van de draagvader gegrond verklaard, waarna alle betrokkenen, inclusief de bijzondere curator, hebben berust in deze beschikking en afstand hebben gedaan van hoger beroep. De biologische vader wilde het kind erkennen, maar de ambtenaar van de burgerlijke stand weigerde dit vanwege de wettelijke termijn van drie maanden na de beschikking.
De voorzieningenrechter oordeelt dat deze termijn in dit geval niet hoeft te worden afgewacht omdat alle belanghebbenden hebben berust en geen hoger beroep wordt verwacht. Hierdoor staat vast dat de draagvader niet de juridische vader is en kan de biologische vader het kind erkennen met toestemming van de draagmoeder.
De rechtbank beveelt de ambtenaar binnen één dag een erkenningsakte op te maken en compenseert de proceskosten tussen partijen. Een dwangsom wordt niet opgelegd omdat de ambtenaar heeft toegezegd mee te werken.