Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiser], uit [plaats], eiser
de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de minister
Inleiding
Totstandkoming van de besluiten van 22 november 2022
Beoordeling door de rechtbank
De minister stelt zich op het standpunt dat de studiefinanciering van eiser terecht is herzien. Uit het onderzoek is namelijk gebleken dat eiser niet op het adres woont waaronder hij staat ingeschreven in de BRP. Daarom wordt de uitwonendenbeurs herzien met terugwerkende kracht tot uiterlijk de datum van inschrijving op het laatst bekende BRP-adres. Volgens de minister heeft eiser ook geen onomstotelijk bewijs ingediend, waaruit blijkt dat hij in de periode voorafgaand aan het huisbezoek en daarna wel op het BRP-adres woonde. De uitwonendenbeurs van eiser is daarom terecht herzien vanaf aanvang van de studiefinanciering, namelijk augustus 2022. Omdat eiser een bedrag van € 894,60 te veel aan studiefinanciering heeft ontvangen, moet hij deze terugbetalen. Tot slot stelt de minister zich op het standpunt, dat aangezien eiser ten tijde van de controle niet op het BRP-adres woonde, aan hem een bestuurlijke boete mag worden opgelegd. Deze boete heeft de minister vastgesteld op € 335,47. [1]
niet meer dagelijkszien op het adres van zijn ouders is hiervoor onvoldoende. Deze summiere verklaringen bevatten verder geen (gedetailleerde) informatie over de feitelijke woonsituatie op het BRP-adres. Al met al is de rechtbank van oordeel dat een structureel feitelijk verblijf van eiser op het BRP-adres vanaf de inschrijvingsdatum niet is komen vast te staan.