Verdachte, militair en voormalig plaatsvervangend groepscommandant, was gedurende bijna vier maanden ongeoorloofd afwezig van zijn eenheid zonder toestemming. Hij verkeerde in een moeilijke persoonlijke situatie met psychische problemen en alcoholverslaving, waarvoor hij inmiddels hulp heeft gezocht. De militaire kamer achtte bewezen dat verdachte zich schuldig maakte aan desertie in tijd van vrede.
De officier van justitie eiste twee weken voorwaardelijke militaire detentie met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van twintig uur, subsidiair tien dagen hechtenis. Verdachte stemde in met deze eis. De militaire kamer hield rekening met de ernst van het feit, het vertrouwen dat verdachte had geschonden en de persoonlijke omstandigheden, waaronder het falen van de organisatie en de positieve stappen die verdachte heeft gezet sinds zijn terugkeer.
De militaire kamer legde een geheel voorwaardelijke straf op van twee weken militaire detentie met een proeftijd van twee jaar, zonder aanvullende taakstraf. Deze straf dient als stok achter de deur voor eventuele toekomstige problemen. Verdachte werd vrijgesproken van andere tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.
De uitspraak werd gedaan op 12 augustus 2024 door de militaire kamer van de Rechtbank Gelderland, waarbij ook het bewijs uit proces-verbaal en verklaringen werd meegewogen. De straf is gebaseerd op artikelen uit het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Militair Strafrecht.