De rechtbank Gelderland heeft op 12 augustus 2024 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte wegens het dealen en in bezit hebben van cocaïne. Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 10 maanden met een proeftijd van drie jaar, mede vanwege zwaarwegende persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte wederrechtelijk voordeel heeft genoten van in totaal € 2.480,00. Dit bedrag is gebaseerd op verklaringen van vier getuigen die cocaïne van verdachte hebben afgenomen en chatgesprekken die dit ondersteunen. De rechtbank heeft de totale opbrengst van de drugshandel berekend op € 4.960,00 en hierop een winstmarge van 50% in mindering gebracht wegens inkoopkosten.
De verdediging voerde aan dat ook andere kosten zoals telefoonkosten, brandstof en verpakkingskosten in mindering gebracht moesten worden, maar heeft hiervoor geen concrete onderbouwing geleverd. Daarom heeft de rechtbank deze kosten niet meegenomen. Verdachte is verplicht tot betaling van het vastgestelde bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat.
De rechtbank bepaalde tevens dat de maximale duur van gijzeling die door de officier van justitie kan worden gevorderd 34 dagen bedraagt. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer en is openbaar uitgesproken in Zutphen.