ECLI:NL:RBGEL:2024:5465
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging gijzeling wegens onbehoorlijk overheidshandelen en uitzetting veroordeelde
De rechtbank Gelderland heeft op 14 augustus 2024 een vordering tot machtiging gijzeling afgewezen die was ingediend door het openbaar ministerie in verband met een ontnemingsmaatregel en een maatregel kostenverhaal opgelegd aan de veroordeelde. De veroordeelde was eerder veroordeeld voor medeplegen van voorbereidingshandelingen in strijd met de Opiumwet en was tot betaling van een geldbedrag veroordeeld, waarvan slechts een klein deel was voldaan.
Tijdens de procedure bleek dat de veroordeelde inmiddels door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) was uitgezet naar Brazilië en een inreisverbod van twee jaar had gekregen. Tevens was hem op grond van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting een strafonderbreking verleend, onder de voorwaarde dat hij niet terugkeert naar Nederland. De rechtbank constateerde dat het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) en het openbaar ministerie niet op de hoogte waren van deze uitzetting en strafonderbreking.
De rechtbank oordeelde dat het onrechtmatig is om enerzijds de veroordeelde het land uit te zetten en te dreigen met executie van het strafrestant bij terugkeer, en anderzijds een machtiging tot gijzeling te vorderen voor het incassotraject, terwijl de veroordeelde waarschijnlijk niet op de hoogte is van deze procedure en niet kan deelnemen aan de behandeling. Dit wordt gezien als onbehoorlijk overheidshandelen door gebrekkige communicatie tussen overheidsdiensten.
Daarom wees de rechtbank de vordering tot machtiging gijzeling af. De beslissing werd genomen door politierechter F.J.H. Hovens en uitgesproken in het openbaar op 14 augustus 2024.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot machtiging gijzeling af wegens onbehoorlijk overheidshandelen en uitzetting van de veroordeelde.