AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige na overlijden biologische ouders
De rechtbank Gelderland heeft op 19 augustus 2024 besloten de ondertoezichtstelling van een minderjarige te verlengen met drie maanden. De biologische ouders van de minderjarige zijn overleden, waardoor de minderjarige verblijft bij pleegouders, waaronder een pleegoudervoogd. De verlenging is aangevraagd door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland om het lopende traject van gezinsdiagnostiek af te ronden.
Tijdens de mondelinge behandeling, die met gesloten deuren plaatsvond, waren de pleegouders aanwezig en gaven zij aan het eens te zijn met de verlenging. De minderjarige is door de kinderrechter gehoord, maar gaf geen mening. De kinderrechter stelt vast dat aan de wettelijke criteria van artikel 1:255 BWPro is voldaan.
De pleegouders bieden de minderjarige veiligheid en voorspelbaarheid en staan open voor hulpverlening. De gecertificeerde instelling wil de hulpverlening na afronding van de gezinsdiagnostiek overdragen aan het vrijwillige kader via de gemeente. De kinderrechter heeft vertrouwen in een goede voortzetting van de zorg binnen dit kader en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt met drie maanden verlengd tot 28 november 2024.
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Arnhem
Zaaknummer: C/05/438106 / JE RK 24-703
Datum mondelinge uitspraak: 19 augustus 2024
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling (met instemming)
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland, gevestigd te Ede,
hierna te noemen de GI,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam pleegoudervoogd],
hierna te noemen: de pleegoudervoogd,
[naam pleegouder],
gezamenlijk te noemen: de pleegouders,
wonende in [woonplaats] .
1.Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 2 juli 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 augustus 2024. Daarbij waren aanwezig:
een vertegenwoordiger van de GI;
de pleegouders.
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft geen mening gegeven.
2.De feiten
2.1.
Op 21 december 2023 is [de minderjarige] onder voogdij gesteld van de pleegoudervoogd.
2.2.
[de minderjarige] verblijft (bij de pleegoudervoogd) in een pleeggezin.
2.3.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 28 augustus 2023 [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 28 augustus 2024.
3.Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van drie maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
4.De standpunten
4.1.
Uit het verzoekschrift blijkt dat de pleegouders het eens zijn met de verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van drie maanden. Daarom is de zaak gepland op een MI-zitting.
4.2.
De pleegouders zijn op de mondelinge behandeling gekomen en hebben uitgelegd hoe het met [de minderjarige] gaat en dat zij het eens zijn met het verzoek.
5.De beoordeling
5.1.
De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengen voor de duur van drie maanden (artikel 1:260, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW). Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 BWPro.
5.2.
De biologische ouders van [de minderjarige] zijn overleden. Dit heeft begrijpelijkerwijs voor de nodige problemen gezorgd, bovenop de problemen die er voor die tijd al waren. Inmiddels gaat het beter met [de minderjarige] , omdat zij bij haar pleegouders veiligheid en voorspelbaarheid krijgt. De pleegouders staan open voor hulpverlening en werken daaraan mee. Op dit moment loopt er nog een traject voor gezinsdiagnostiek om te kijken wat alle gezinsleden nodig hebben. De GI wil dit traject afronden voordat zij de ondertoezichtstelling afsluiten. Zij wil de hulpverlening overdragen naar het vrijwillige kader via de gemeente. De pleegouders staan daar ook achter. De verwachting is dat dit binnen een termijn van drie maanden te realiseren is. Het is mooi om te zien hoe de pleegouders de zorg voor [de minderjarige] op zich hebben genomen en hoe liefdevol zij over [de minderjarige] praten. De kinderrechter heeft er daarom vertrouwen in dat dit ook in een vrijwillig kader goed zal gaan.
6.De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 28 november 2024;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing mondeling is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2024 door mr. A.E.M. Overkamp, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. G. Vlemmings als griffier, en op schrift gesteld op 19 augustus 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.