ECLI:NL:RBGEL:2024:5631

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
19 augustus 2024
Publicatiedatum
20 augustus 2024
Zaaknummer
C/05/438858 / JE RK 24-768
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige ter voortzetting hulpverlening en contactbegeleiding

De rechtbank Gelderland heeft op 19 augustus 2024 besloten tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige tot 28 augustus 2025. De ondertoezichtstelling is noodzakelijk om de lopende hulpverlening en trajecten voort te zetten en het contact tussen de minderjarige en haar vader verder te begeleiden en uit te breiden. De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag, waarbij de minderjarige bij de moeder woont.

De verlenging volgt op een eerdere beschikking van 23 augustus 2023. De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging met instemming van beide ouders. Tijdens de mondelinge behandeling was de vader aanwezig met zijn advocaat en gaf aan het eens te zijn met de ondertoezichtstelling, maar signaleert ernstige tekortkomingen in de informatievoorziening door de moeder, wat leidt tot ouderverstoting.

De rechtbank constateert dat het sinds de vorige verlenging beter gaat met de minderjarige, onder meer op school en in het contact via videobellen met de vader. Er is gestart met hulpverlening en trajecten zoals Parallel Solo Ouderschap. Toch blijven er zorgen over de medische afstemming tussen ouders vanwege lichamelijke klachten van de minderjarige en de voortdurende strijd tussen de ouders, wat spanning veroorzaakt. De moeder geeft onvoldoende emotionele toestemming voor het contact, waardoor de ondertoezichtstelling noodzakelijk blijft om het contact te waarborgen.

De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarige tot 28 augustus 2025 en verklaart deze uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Arnhem
Zaaknummer: C/05/438858 / JE RK 24-768
Datum mondelinge uitspraak: 19 augustus 2024
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Jeugdbescherming Gelderland,
hierna te noemen de GI,
gevestigd te Nijmegen,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[naam vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. M.M.P. Gerrits te Wijchen.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 12 juli 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op
19 augustus 2024. Daarbij waren aanwezig:
  • een vertegenwoordiger van de GI;
  • de vader met zijn advocaat.
1.2.1.
De moeder heeft een uitnodiging van de kinderrechter ontvangen, maar zij is niet verschenen.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] woont bij haar moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 23 augustus 2023 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 28 augustus 2024.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

4.De standpunten

4.1.
Uit het verzoekschrift blijkt dat de ouders kunnen instemmen met de verlenging van de ondertoezichtstelling. Daarom is de zaak gepland op een MI-zitting.
4.2.
De vader heeft tijdens de mondelinge behandeling benadrukt dat hij het eens is met de ondertoezichtstelling. De informatievoorziening vanuit de moeder schiet volgens hem echter ernstig tekort. Volgens hem is er sprake van ouderverstoting.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengen voor de duur van een jaar (artikel 1:260, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW). Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 BW Pro.
5.2.
Het gaat sinds de vorige verlenging een stuk beter met [de minderjarige] . Op school gaat het beter en het contact met haar vader via videobellen verloopt goed. Het is de bedoeling dat de komende tijd ook stappen gezet worden richting fysieke contacten tussen [de minderjarige] en haar vader. Er is hulpverlening opgestart. Zo heeft de vader een start gemaakt met het aangeraden traject Parallel Solo Ouderschap en ook voor [de minderjarige] is er hulpverlening. Er zijn echter nog steeds zorgen. [de minderjarige] heeft vanwege lichamelijke klachten bij een bepaald type voeding goede afstemming tussen haar ouders nodig. De ouders hebben daar echter moeite mee, waardoor de klachten van [de minderjarige] niet onder controle raken. Het is van belang dat de ouders over en weer op de hoogte zijn van de medische informatie over [de minderjarige] . Er is veel strijd tussen de ouders, waardoor een constructieve samenwerking niet tot stand komt. Deze strijd levert bovendien veel spanning en stress op voor [de minderjarige] . Zij zit klem tussen haar ouders. Een verlenging van de ondertoezichtstelling is noodzakelijk om de gestarte hulpverlening en trajecten door te zetten en om het contact tussen [de minderjarige] en haar vader verder te begeleiden en uit te breiden. Ook is de ondertoezichtstelling nog noodzakelijk om dat contact te waarborgen, omdat de moeder daarvoor onvoldoende emotionele toestemming geeft.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 28 augustus 2025;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2024 door mr. A.E.M. Overkamp, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. G. Vlemmings als griffier, en op schrift gesteld op 20 augustus 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.