ECLI:NL:RBGEL:2024:5632

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
19 augustus 2024
Publicatiedatum
20 augustus 2024
Zaaknummer
C/05/438126 / JE RK 24-713
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens verstoorde hechting en schoolverzuim

De rechtbank Gelderland heeft op 19 augustus 2024 de ondertoezichtstelling van een minderjarige verlengd tot 30 augustus 2025. De minderjarige had veel school gemist vanwege zorgen over haar ouders en een verstoorde hechting met haar moeder, wat leidde tot een tijdelijke contactbreuk. Inmiddels is het contact verbeterd en zijn de ouders en de gecertificeerde instelling (GI) het eens over de voortzetting van de ondertoezichtstelling.

Tijdens de mondelinge behandeling, die met gesloten deuren plaatsvond, gaven de ouders aan achter de ondertoezichtstelling te staan en hoopvol te zijn over de hulpverlening van Abo-zorg, die de schoolgang van de minderjarige begeleidt. De GI deelt deze zorgen en wil de hulpverlening voortzetten om de ontwikkeling en het herstel van de minderjarige te bevorderen.

De kinderrechter concludeerde dat aan de wettelijke criteria van artikel 1:255 BW Pro is voldaan en verlengde de ondertoezichtstelling met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken, met mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 30 augustus 2025 met instemming van ouders en GI.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Arnhem
Zaaknummer: C/05/438126 / JE RK 24-713
Datum mondelinge uitspraak: 19 augustus 2024
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling (met instemming)
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Jeugdbescherming Gelderland, gevestigd te Arnhem,
hierna te noemen de GI,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[naam vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 4 juli 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op
19 augustus 2024. Daarbij waren aanwezig:
  • twee vertegenwoordigers van de GI;
  • de vader;
  • de moeder.
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft daarover met de kinderrechter gesproken. De kinderrechter heeft tijdens de zitting samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] woont bij haar vader.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 18 augustus 2023 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 30 augustus 2024.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

4.De standpunten

4.1.
Uit het verzoekschrift blijkt de ouders het eens zijn met de ondertoezichtstelling. Daarom is de zaak gepland op een MI-zitting.
4.2.
Tijdens de mondelinge behandeling is door de ouders toegelicht dat zij achter de ondertoezichtstelling staan. Voor hen is het belangrijkste dat [de minderjarige] gelukkig kan zijn. De ouders zijn erg hoopvol over de hulpverlening vanuit Abo-zorg. Die instantie kan de weg naar school voor [de minderjarige] begeleiden en haar daarbij ondersteunen. Ook bieden zij een alternatief als het onverhoopt toch niet goed lukt om naar school te gaan. De ouders merken daarbij op dat het voor hen ook moeilijk is wanneer [de minderjarige] niet naar school gaat. Zij worden daar namelijk als ouders op aangekeken, terwijl zij daar niets aan kunnen doen. Daarnaast krijgt [de minderjarige] nu een hogere medicatiedosering. De ouders hopen dat dit goed aanslaat en [de minderjarige] helpt.
4.3.
De jeugdbeschermers hebben toegelicht dat zij de zorgen van de ouders delen. Zij hebben ook de hoop dat de schoolgang van [de minderjarige] goed blijft gaan. De GI wil dit goed blijven monitoren en via de hulp van Abo-zorg [de minderjarige] blijven ondersteunen in dit proces.
5.
De beoordeling
5.1.
De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengen voor de duur van een jaar (artikel 1:260, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW). Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 BW Pro.
5.2.
[de minderjarige] gaat vanaf volgende week weer naar school. Dit brengt spanning en onrust, maar ook mogelijkheden. [de minderjarige] heeft veel school gemist, onder meer door zorgen over haar ouders. Tussen de moeder en [de minderjarige] is sprake van verstoorde hechting, wat ook heeft geleid tot een tijdelijke contactbreuk. Inmiddels is dit contact weer ‘aan’ en wordt de band langzaam beter. Door deze problematiek is [de minderjarige] onvoldoende toegekomen aan haar eigen ontwikkeling en herstel. Hiervoor is meer hulpverlening nodig en dit kan voorlopig het beste onder de regie van de GI voortgezet worden. Concreet wordt er het komende jaar ingezet op hulpverlening vanuit Abo-zorg om de schoolgang van [de minderjarige] te begeleiden en ondersteunen.
Positief is dat [de minderjarige] en haar ouders veel meer op één lijn zitten en dat er een goede samenwerking met de GI is. De hoop is dat deze mooie ontwikkeling het komende jaar kan worden bestendigd.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 30 augustus 2025;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2024 door mr. A.E.M. Overkamp, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. G. Vlemmings als griffier, en op schrift gesteld op 20 augustus 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.