Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.[eiser 1] ,
2.
[eiser 2],
3.
[eiser 3],
4.
[eiser 4],
5.
[eiser 5],
6.
[eiser 6],
7.
[eiser 7],
1.De procedure
2.Het geschil
3.De beoordeling
4.De beslissing
woensdag 18 september 2024om 10.00 uur;
Rechtbank Gelderland
De vereniging c.s. heeft een collectieve actie ingesteld tegen de gemeente Apeldoorn met diverse vorderingen, waaronder vernietiging van oneerlijke bepalingen in huurovereenkomsten en vermindering van het stageld. De gemeente stelde een incidentele exceptie van onbevoegdheid in, stellende dat de kantonrechter niet bevoegd is vanwege de toepasselijkheid van artikel 1018b lid 3 Rv in combinatie met artikel 3:305a BW.
De kantonrechter overweegt dat artikel 93 Rv Pro niet van toepassing is op collectieve acties zoals bedoeld in artikel 3:305a BW, waardoor de civiele kamer van de rechtbank bevoegd is. Omdat er sprake is van subjectieve cumulatie met meerdere eisers, wordt per eiser beoordeeld welke rechter bevoegd is. Voor de zes individuele huurders is de kantonrechter wel bevoegd, maar omwille van proceseconomie en samenhang van de vorderingen wordt de gehele zaak verwezen naar de civiele kamer.
De kantonrechter wijst het incident toe, veroordeelt de vereniging c.s. in de kosten van het incident en verwijst de hoofdzaak naar de civiele kamer van de rechtbank Gelderland te Zutphen. Partijen worden gewezen op de noodzaak van advocaatvertegenwoordiging in het vervolg van de procedure en op de verschuldigdheid van verhoogd griffierecht.
Uitkomst: De kantonrechter wijst het incident toe en verwijst de zaak naar de civiele kamer van de rechtbank Gelderland.