AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing verzoek tot voeging wegens niet meer aanhangige verknochte zaak
In deze civiele procedure verzocht de gedaagde om zijn zaak samen te voegen met een andere zaak tussen eiser en Solar Experience Center Midden-Nederland B.V., wegens verknochtheid. Eiser voerde aan dat voeging niet nodig was omdat de uitkomst van de andere zaak geen nadelige gevolgen voor gedaagde zou hebben en die zaak reeds in een vergevorderd stadium was.
De kantonrechter oordeelde dat voeging op grond van artikel 222 RvPro alleen mogelijk is als beide zaken bij dezelfde rechter aanhangig zijn. Aangezien op 14 augustus 2024 in de andere zaak al vonnis was gewezen, was deze niet langer aanhangig. Hierdoor kon geen voeging plaatsvinden en werd het verzoek afgewezen.
De proceskosten in het incident werden gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt. De hoofdzaak werd verwezen naar de rolzitting van 18 september 2024 voor het indienen van een conclusie van repliek door eiser, waarna gedaagde kan reageren met een conclusie van dupliek. Verdere beslissingen werden aangehouden.
Uitkomst: Verzoek tot voeging afgewezen omdat de verknochte zaak niet meer aanhangig is bij dezelfde rechter.
Uitspraak
RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11128531 \ CV EXPL 24-4534
Vonnis van 21 augustus 2024
in de zaak van
[eiser],
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: LAVG Groningen,
tegen
[gedaagde],
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1.De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding - de conclusie van antwoord, mede inhoudende een incidente conclusie tot voeging
- de akte uitlating op de incidentele conclusie tot voeging.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2.De beoordeling
In het incident tot voeging
2.1.
[gedaagde] verzoekt zijn zaak samen te voegen met de zaak die speelt tussen [eiser] en Solar Experience Center Midden-Nederland B.V. (Solar Experience) met zaaknummer 11103238 CV 24-4117.
2.2.
[eiser] concludeert tot afwijzing van het verzoek. Hij voert aan dat [gedaagde] geen belang heeft bij voeging omdat hij geen nadelige gevolgen kan ondervinden van de uitspraak in de zaak van [eiser] tegen Solar Experience. De uitkomst van voornoemde zaak staat los van de zaak tegen [gedaagde] . Daarnaast is in de zaak tegen Solar Experience reeds een conclusie van repliek ingediend.
2.3.
De kantonrechter oordeelt als volgt.
Op grond van artikel 222 WetboekPro van Burgerlijke Rechtsvordering kan indien voor dezelfde rechter verknochte zaken aanhangig zijn daarvan voeging worden gevorderd. Onder verknochtheid wordt verstaan dat tussen de zaken waarvan voeging wordt gevorderd een zodanige band bestaat dat een goede rechtsbedeling vraagt om hun gelijktijdige behandeling en beslissing door dezelfde rechter. Hoewel [gedaagde] heeft toegelicht waarom de zaken verknocht zijn en [eiser] dit niet heeft betwist, is inmiddels op 14 augustus 2024 in de zaak van [eiser] tegen Solar Experience vonnis gewezen. Laatstgenoemde zaak is dan ook niet meer aanhangig bij de kantonrechter. Nu de beide zaken daardoor niet langer bij dezelfde rechter aanhangig zijn, wordt het incident afgewezen.
2.4.
Gelet op de reden van de afwijzing ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten in het incident te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
In de hoofdzaak
2.5.
Aangezien [gedaagde] reeds heeft geantwoord in de hoofdzaak, zal de hoofdzaak worden verwezen naar de rolzitting van woensdag 18 september 2024 voor het indienen van een conclusie van repliek door [eiser] . Daarna zal aan [gedaagde] gelegenheid worden geboden om bij conclusie van dupliek daarop te reageren.
2.6.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3.De beslissing
De kantonrechter
In het incident
3.1.
wijst het verzoek om voeging af,
3.2.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
In de hoofdzaak
3.3.
verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 18 september 2024 voor het indienen van een conclusie van repliek door [eiser] ,
3.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.D.R. Joppe en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2024.