Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 15 augustus 2024, waarvan (verkort) proces-verbaal is opgemaakt door de griffier.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
Eiser vordert dat de curator, Ter Waarbeek, in zijn hoedanigheid als curator onrechtmatig heeft gehandeld en een schadevergoeding van €705.000 betaalt. Het faillissement van eiser werd op 3 november 2020 opgeheven, waardoor ook de curator zijn hoedanigheid verloor. De rechtbank beoordeelt dat de dagvaarding onduidelijk is over de hoedanigheid waarin Ter Waarbeek is gedagvaard, enerzijds als curator, anderzijds persoonlijk.
De rechtbank stelt vast dat de curator niet duidelijk pro se (persoonlijk) is gedagvaard en dat eiser niet heeft gereageerd op verzoeken om opheldering. Hierdoor is eiser niet-ontvankelijk in zijn vordering. Tevens merkt de rechtbank op dat zelfs bij persoonlijke dagvaarding twijfel bestaat over het causaal verband tussen het handelen van de curator en de gestelde schade.
Eiser wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €9.808, inclusief griffierecht, advocaatkosten en nakosten, alsmede wettelijke rente. Het vonnis is gewezen door mr. L.J. de Kerpel-van de Poel en op 4 september 2024 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tegen de curator en veroordeeld tot betaling van proceskosten.