ECLI:NL:RBGEL:2024:5822

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
27 augustus 2024
Publicatiedatum
27 augustus 2024
Zaaknummer
AWB 24_5593
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbAlgemene wet bestuursrechtOmgevingswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom geluidsvoorschriften

Verzoekster, eigenaar van recreatiegebied Bussloo waar het hardstyle festival Ground Zero jaarlijks plaatsvindt, heeft een last onder dwangsom opgelegd gekregen wegens overschrijding van geluidsnormen tijdens eerdere edities. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorst handhaafde deze last.

Verzoekster vroeg een voorlopige voorziening om de last onder dwangsom te schorsen, stellende dat het spoedeisend belang aanwezig is vanwege het naderende festival op 31 augustus 2024 en de dreiging van een dwangsom van € 25.000,-. De voorzieningenrechter oordeelde dat een voorlopige voorziening alleen wordt toegekend bij onverwijlde spoed, bijvoorbeeld bij dreiging van onomkeerbare gevolgen.

De voorzieningenrechter concludeerde dat het festival doorgaat en verzoekster reeds maximale inspanningen levert om aan de voorschriften te voldoen, waardoor geen onomkeerbare gevolgen te verwachten zijn. Ook het financiële belang van de dwangsom werd als onvoldoende spoedeisend beoordeeld, mede omdat verzoekster de dwangsom kan verhalen op de organisator.

De stelling dat een nieuwe last met hogere dwangsom kan volgen, leidt niet tot een ander oordeel omdat dit toekomstig en onzeker is. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/5593

uitspraak van de voorzieningenrechter van

in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. N.J. Stephan),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorst

(gemachtigden: [naam gemachtigde 1] , [naam gemachtigde 2] en [naam gemachtigde 3] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen de aan haar opgelegde last onder dwangsom in verband met de niet-naleving van geluidsvoorschriften.
1.1.
Bij besluit van 21 maart 2024 heeft het college de last onder dwangsom opgelegd. Met het bestreden besluit van 2 augustus 2024 heeft het college deze in stand gelaten.
1.2.
Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 23 augustus 2024 op zitting behandeld. Namens verzoekster hebben [persoon A] , [persoon B] , [persoon C] , [persoon D] , [persoon E] en de gemachtigde deelgenomen aan de zitting. Het college heeft zich op zitting laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Totstandkoming van het bestreden besluit

2. Verzoekster is eigenaar van een aantal recreatiegebieden, waaronder het recreatiegebied Bussloo. Op Bussloo vindt jaarlijks het evenement Ground Zero plaats. Ground Zero is een hardstyle festival dat wordt georganiseerd door [bedrijf]. Verzoekster verhuurt het recreatiegebied aan een B.V. die onderdeel is van [bedrijf].
3. Aan verzoekster is op 30 mei 2012 een vergunning verleend, waarin voorschriften zijn gesteld met betrekking tot maximale geluidsnormen. [1] Tijdens de vorige edities van Ground Zero, die plaatsvonden op 27 en 28 augustus 2022 en 26 en 27 augustus 2023, heeft een toezichthouder van het college gecontroleerd of verzoekster aan deze geluidsnormen voldeed. De betreffende toezichthouder heeft vastgesteld dat verzoekster beide jaren de maximale geluidniveaus uit de vergunning overtrad. Dit heeft geleid tot voornemens voor het opleggen van een last onder dwangsom van 3 november 2022 en 5 december 2023, en uiteindelijk tot het opleggen daarvan op 21 maart 2024. De last houdt in dat verzoekster zich tijdens luidruchtige evenementen moet houden aan de vergunning-/maatwerkvoorschriften waarin het maximale geluidsniveau op geluidsgevoelige bestemmingen is vastgelegd, op straffe van een dwangsom van € 25.000,- ineens.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

4. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist. Volgens verzoekster is sprake van een spoedeisend belang, omdat (kort gezegd) op 31 augustus 2024 de nieuwe editie van Ground Zero plaatsvindt en er een aanzienlijke kans bestaat dat verzoekster dan de dwangsom van € 25.0000,- zal verbeuren. Daarnaast zal het college direct daarna een nieuwe last onder dwangsom opleggen met een hogere dwangsom. Het college heeft zich echter op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een spoedeisend belang. Het college wijst erop dat het evenement niet hoeft te worden afgezegd, zolang verzoekster zich aan de geluidsnormen houdt. Die geluidsnormen zijn ook niet nieuw nu deze al gelden sinds 30 mei 2012. Het college wijst er verder op dat als verzoekster had gewild dat er andere normen zouden gelden, zij nieuwe maatwerkvoorschriften had kunnen aanvragen.
5. Omdat partijen van mening verschillen over de vraag of er sprake is van een spoedeisend belang, beoordeelt de voorzieningenrechter dat eerst.
5.1.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat een voorlopige voorziening een maatregel is waarmee wordt voorkomen dat onomkeerbare gevolgen van een bestreden besluit zich voordoen voordat in de hoofdzaak is beslist. Daarvan zou bijvoorbeeld sprake zijn als het komende evenement als gevolg van de last onder dwangsom in gevaar dreigt te komen of als, om aan de last te voldoen, op korte termijn dusdanig veel maatregelen genomen zouden moeten worden dat het evenement niet of niet op de huidige manier kan doorgaan. Op zitting heeft verzoekster toegelicht dat Ground Zero sowieso zal plaatsvinden en dat zij zich reeds maximaal inspant om te voorkomen dat zij de voorschriften overtreedt en dwangsommen verbeurt en dat zij niet meer kan doen dan zij nu doet. Alle maatregelen die getroffen kunnen worden, worden al getroffen aldus verzoekster. Nu verzoekster te kennen heeft gegeven niks anders te kunnen en zullen doen, heeft het al dan niet toewijzen van de gevraagde voorziening geen gevolgen voor het evenement en doen zich dus ook geen onomkeerbare gevolgen voor.
5.2.
De voorzieningenrechter heeft zich vervolgens afgevraagd of de dwangsom van € 25.000,- die verzoekster boven het hoofd hangt een spoedeisend belang oplevert. De voorzieningenrechter overweegt in dat kader dat een financieel belang in de regel onvoldoende reden vormt om een voorlopige voorziening te treffen, omdat dit niet tot onomkeerbare gevolgen leidt. Verzoekster kan namelijk financiële compensatie vorderen van het college als het besluit in de bodemprocedure niet in stand blijft. Er is alleen sprake van een spoedeisend financieel belang als verzoekster aannemelijk weet te maken dat zij in een acute financiële noodsituatie zal komen te verkeren wanneer zij de dwangsom moet betalen. In dergelijke gevallen zijn er immers wel mogelijke onomkeerbare gevolgen te verwachten, zoals een faillissement, voordat in de hoofdzaak is beslist.
5.3.
Gesteld noch gebleken is echter dat verzoekster in een financiële noodsituatie komt te verkeren als zij de dwangsom van € 25.000,- moet betalen. De voorzieningenrechter acht dit overigens ook niet aannemelijk, gelet op de hoge huuropbrengsten die verzoekster ontvangt van de organisator van Ground Zero in verhouding tot de hoogte van de dwangsom en het gegeven dat verzoekster blijkens de huurovereenkomst de € 25.000,- kan verhalen op de organisator van het evenement. De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat ook in zoverre geen sprake is van een spoedeisend belang.
5.4.
De stelling dat het college na een overtreding van deze last mogelijk een nieuwe last met een hogere dwangsom op gaat leggen, maakt dit niet anders. De voorzieningenrechter kan daar in deze procedure niet op vooruit lopen en verzoekster heeft ook niet concreet gemaakt welk toekomstig evenement mogelijk geconfronteerd zou worden met die nieuwe last. Als verzoekster als gevolg van een nieuwe last onder dwangsom onverhoopt wel in spoedeisende belangen geraakt zou worden, dan kan zij de voorzieningenrechter hangende het bezwaar tegen dat nieuwe besluit opnieuw om een voorlopige voorziening verzoeken.

Conclusie en gevolgen

6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af wegens het ontbreken van een spoedeisend belang. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. van der Straaten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Goldebeld, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
De griffier is verhinderd om deze uitspraak te ondertekenen.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Onder de Omgevingswet zijn dit maatwerkvoorschriften geworden.