ECLI:NL:RBGEL:2024:5837
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering natuurvergunning wegens ontbreken passende beoordeling Habitatrichtlijn
Eisers, die het bedrijf van een overleden aanvrager willen overnemen, hebben beroep ingesteld tegen de weigering van het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland om een natuurvergunning te verlenen. De aanvraag was gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof (PAS), maar het college weigerde de vergunning omdat niet kon worden uitgesloten dat het project significante gevolgen zou hebben voor Natura 2000-gebieden.
Eisers stelden dat zij onder het overgangsrecht van de Wet natuurbescherming (Wnb) vielen omdat zij al beschikten over een milieuvergunning uit 2001. Volgens hen was in die vergunning de depositie van ammoniak beoordeeld en was daarmee voldaan aan de vereisten van artikel 6, tweede, derde en vierde lid, van de Habitatrichtlijn. De rechtbank oordeelt echter dat uit de milieuvergunning niet blijkt dat een toets aan de Habitatrichtlijn heeft plaatsgevonden.
De rechtbank benadrukt dat de Interimwet Ammoniak en Veehouderij, waarop de milieuvergunning zich baseert, een ander en beperkter toetsingskader kent dan de Habitatrichtlijn. Het ontbreken van een passende beoordeling betekent dat de milieuvergunning niet als een besluit in de zin van artikel 9.4, achtste lid, Wnb kan worden aangemerkt. Hierdoor geldt de vergunningplicht en blijft de weigering van de natuurvergunning in stand.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en eisers krijgen geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland te Arnhem.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de natuurvergunning wordt ongegrond verklaard en de weigering blijft in stand.