Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
Afbeelding *
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een arbeidsgeschil tussen een werknemer en werkgever over diverse loon- en contractuele aanspraken na beëindiging van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. De werknemer vordert betaling van een bedrag wegens een vermeende onterechte looncorrectie, uitbetaling van niet-genoten vakantiedagen, een aanzegvergoeding, een transitievergoeding en een redelijke transitievergoeding.
De kantonrechter stelt vast dat de werknemer zijn arbeidsovereenkomst zelf heeft opgezegd, waardoor geen recht bestaat op een aanzegvergoeding of transitievergoeding. Ook is geen sprake van een gefixeerde schadevergoeding wegens het niet naleven van een wettelijke aanzegtermijn. De looncorrectie is volgens de rechter terecht uitgevoerd en onvoldoende onderbouwd om nader bewijs te leveren.
Wel wordt de werkgever veroordeeld tot betaling van € 2.641,00 bruto voor 17,66 niet-genoten vakantiedagen, inclusief een wettelijke verhoging van maximaal 50% en wettelijke rente vanaf opeisbaarheid tot volledige voldoening. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van niet-genoten vakantiedagen met wettelijke verhoging en rente, overige vorderingen worden afgewezen.