ECLI:NL:RBGEL:2024:5850

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
21 augustus 2024
Publicatiedatum
27 augustus 2024
Zaaknummer
C/05/435785 / HA ZA 24-250
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:203 BWArt. 6:119 BWArt. 6:205 BWArt. 6:210 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot terugbetaling onverschuldigde betalingen met wettelijke rente

Eiser vordert terugbetaling van onverschuldigd betaalde bedragen van gedaagde, die niet is verschenen in de procedure en verstek is verleend. De rechtbank oordeelt dat de vordering niet onrechtmatig of ongegrond is en wijst deze toe op grond van artikel 6:203 BW Pro.

Eiser vordert tevens wettelijke rente vanaf verschillende momenten, maar de rechtbank stelt vast dat de wettelijke rente alleen toewijsbaar is vanaf de dag van dagvaarding, omdat eiser geen bewijs heeft geleverd van kwade trouw van gedaagde en de brieven gedaagde vermoedelijk niet hebben bereikt.

Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag, wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van €59.219,16 met wettelijke rente vanaf dag van dagvaarding en betaling van kosten.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/435785 / HA ZA 24-250
Vonnis van 21 augustus 2024
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats] , [gemeente] ,
eiser,
advocaat mr. K. Haak te Zoetermeer,
tegen
[gedaagde],
zonder bekende woon- of verblijfplaats zowel binnen als buiten Nederland,
gedaagde,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding;
  • het tegen gedaagde verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens voor zover hierna anders wordt overwogen. Het gevorderde zal als volgt worden toegewezen.
2.2.
Eiser stelt dat sprake is van onverschuldigde betalingen en dat hij ingevolge artikel 6:203 BW Pro recht heeft op teruggave daarvan door gedaagde. Eiser heeft ingevolge artikel 6:119 BW Pro wettelijke rente gevorderd vanaf het moment dat de betreffende betaling opeisbaar was (telkens de dag na ontvangst van de betreffende betaling), dan wel vanaf de dag dat de termijn uit de eerste brief van DAS is verstreken (12 oktober 2023), dan wel vanaf de dag der dagvaarding.
2.3.
In artikel 6:119 lid 1 BW Pro is bepaald dat de schadevergoeding, verschuldigd wegens vertraging in de voldoening van een geldsom, bestaat in de wettelijke rente van die som over de tijd dat de schuldenaar met de voldoening daarvan in verzuim is geweest. In artikel 6:205 jo Pro. 210 lid 1 BW is bepaald dat indien de ontvanger de prestatie te kwader trouw heeft aangenomen, hij zonder ingebrekestelling in verzuim is. De stelplicht en bewijslast ter zake van de kwade trouw rusten in beginsel op de terugvorderende partij. Eiser heeft echter over de (door hem kennelijk veronderstelde) kwade trouw van gedaagde niets gesteld. Dit betekent dat de wettelijke rente niet toewijsbaar is vanaf de dag na ontvangst van de betreffende betaling. Omdat op grond van het in het lichaam van de dagvaarding gestelde redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de door of namens eiser aan gedaagde verzonden brieven gedaagde niet bereikt hebben, is de wettelijke rente evenmin vanaf 12 oktober 2023 toewijsbaar. De wettelijke rente is wel toewijsbaar vanaf de dag van dagvaarding.
2.4.
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiser worden begroot op:
- dagvaarding € 135,97
- kosten bevragingen € 18,36
- griffierecht € 1.325,00
- salaris advocaat €
1.214,00(1,0 punt × tarief € 1.214,00)
Totaal € 2.693,33.
2.5.
De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
veroordeelt gedaagde om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, aan eiser tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 59.219,16, vermeerderd met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag met ingang van de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt gedaagde om aan eiser te betalen een bedrag van € 1.367,19 aan buitengerechtelijke incassokosten,
3.3.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiser tot op heden begroot op € 2.693,33,
3.4.
veroordeelt gedaagde in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 178,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 92,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.6.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.F. van den Berg en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2024.