De zaak betreft een verzoek van Jeugdbescherming Gelderland tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van vier minderjarige kinderen in een gezinshuis. De kinderrechter heeft eerder de ondertoezichtstelling en een tijdelijke machtiging tot uithuisplaatsing verleend, waarbij het resterende deel van de machtiging nog openstond.
Tijdens de mondelinge behandeling op 14 augustus 2024 waren de ouders, hun advocaat en vertegenwoordigers van de gecertificeerde instelling aanwezig. De ouders erkennen dat thuisplaatsing momenteel niet mogelijk is, mede door hun recente relatiebeëindiging, maar wensen in de toekomst een rol te blijven spelen. De gecertificeerde instelling rapporteert positieve ontwikkelingen bij de kinderen in het gezinshuis en benadrukt dat het perspectief van de kinderen niet langer gericht is op terugkeer naar de ouders.
De kinderrechter oordeelt dat verlenging van de machtiging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de kinderen. De huidige wetgeving staat geen directe toetsing van het perspectiefbesluit toe, maar de inhoud daarvan vormt een deugdelijke onderbouwing voor het verzoek. De omgang tussen ouders en kinderen is beperkt maar verloopt rustiger, en het contact wordt zorgvuldig gemonitord. De kinderrechter benadrukt het belang van verdere ontwikkeling en samenwerking tussen ouders, gezinshuis en hulpverlening. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd tot 23 februari 2025 en is uitvoerbaar bij voorraad.